Dieric Bouts

Het Laatste Avondmaal

Het Laatste Avondmaal van Dieric Bouts, een absoluut topstuk, is zonder twijfel de belangrijkste blikvanger van de Sint-Pieterskerk. Bovendien is het samen met De marteling van de Heilige Erasmus het enige kunstwerk van een Vlaamse Primitief dat, na bijna 600 jaar, nog de locatie hangt waarvoor het bedoeld is. 

Het drieluik, geschilderd tussen 1464 en 1468, werd besteld door het Broederschap van het Heilig Sacrament. Bij de realisatie werd Bouts bijgestaan door twee theologen van de toen net opgerichte Leuvense universiteit om een vernieuwende voorstelling te maken van Het Laatste Avondmaal.

En of hij daarin is geslaagd. Als een echte regisseur verplaatst hij Christus en zijn apostelen naar een herkenbare, eigentijdse omgeving, namelijk het 15de-eeuwse Leuven. Wie aandachtig kijkt, ziet door de vensteropeningen de Leuvense Grote markt tijdens de bouw van het stadhuis. Wat ook opvalt, is Christus’ hand terwijl hij het brood zegent en de toeschouwer recht aankijkt. Het is het belangrijkste moment van het gebeuren, het allereerste Sacrament, de instelling van de eucharistie die Christus’ lijden en verrijzenis symboliseert en waar ook de broederschap van het Heilig Sacrament is aan gewijd. Bouts zet dit op een geniale manier in de verf door de perspectiefwerking in zijn compositie zo op te bouwen dat de zegenende hand niet alleen symbolisch maar ook tekentechnisch het centrale punt van het werk vormt. Door deze vroege toepassing van lineair perspectief wordt Dirk Bouts ook de eerste schilder van de noordelijke Renaissance genoemd.

Zoals we gewend zijn van Bouts, lijken de personages in zijn werk haast onbewogen acteurs. Ze zijn fysiek wel aanwezig maar lijken onberoerd, emotieloos. Alle aandacht gaat naar de Eucharistie zelf, en niet naar gevoel, beroering of emotie (zoals dit bijvoorbeeld wel het geval was bij Rogier van der Weyden). Door deze typische schilderstijl werd Bouts ook wel ‘de schilder van de stilte’ genoemd.