Eyetrackingonderzoek

Hoe kijken we naar kunst?

Iedereen kijkt anders naar de wereld. Én naar kunst. Samen met KU Leuven startte M twee jaar geleden een onderzoek naar de manier waarop mensen naar kunst kijken. Met speciale eye-trackingapparatuur lieten meer dan 2.000 bezoekers hun kijk-DNA in kaart brengen.

Ieder z’n kijkprofiel

Door oogbewegingen te traceren, kunnen onderzoekers registreren bij welke taferelen, kleuren en contrasten je oog onbewust stil blijft staan. Precies dat deed het Laboratorium voor Experimentele Psychologie van de KU Leuven voor dit onderzoek, onder begeleiding van Prof. Dr. Johan Wagemans. “Kijken gebeurt niet in één oogopslag", vertelt Wagemans. "In een periode van één seconde staat het oog twee à vier keer stil. Alle andere momenten is het oog voortdurend in beweging.” Hoe je kijkt verschilt van persoon tot: het aantal fixaties, het aantal en de lengte van oogsprongen, waar je naar kijkt en welk traject je blik aflegt … Kortom, iedereen heeft zijn eigen kijkprofiel.

Kijken in kaart brengen

Prof. Dr Johan Wagemans: “De ene persoon kijkt heel systematisch van linksboven naar rechtsonder en doet dat bij om het even welk beeld. Andere mensen bevatten met hun oogbewegingspatroon het hele beeld. Bij hen zie je de fixaties naar de rand schieten en terug naar binnen. Dat herhaalt zich telkens van buiten naar binnen om zo de compositie als geheel te vatten. Door het oogbewegingspatroon uit te tekenen, kan je de informatieverwerking, die verborgen plaatsvindt in de hersenen, toch visualiseren.”

 

Dankzij de opstelling van de “eye-trackers” in M konden veel meer mensen aan het onderzoek deelnemen dan voorheen. Bovendien kunnen mensen hier naar kunst kijken in een omgeving waar we kunst verwachten, in tegenstelling tot pakweg een laboratorium. Het resultaat: voor het eerst werden duidelijke verschillen in kijkgedrag vastgesteld naargelang geslacht, leeftijd en actieve belangstelling voor kunst.

De resultaten

Aan de hand van heat maps kunnen we zien op welke plaatsen de ogen van de meeste mensen blijven hangen. Op die heat maps is bijvoorbeeld duidelijk te zien dat de meeste fixaties vallen op het aangezicht van Madonna en kindje Jezus, maar ook op de anjer die ze vasthoudt en de knoop die haar doorschijnende zijden sjaal vasthoudt.

 

Dat die posities samen een gelijkzijdige driehoek uitzetten met een duidelijk middelpunt is natuurlijk geen toeval. De kunstenaar weet blijkbaar de zaken die de aandacht trekken in een evenwichtige compositie om te zetten.

Geslachtsverschillen

Geslachtsverschillen

Om die patronen meer in detail te analyseren, werden zogenaamde interessegebieden afgebakend in het schilderij. In deze afbeelding zijn de interessegebieden in roze aangegeven waar vrouwen meer fixaties vertonen dan mannen. Hierbij zie je duidelijk dat vrouwen meer dan mannen naar aangezichten en lichaamsdelen kijken. Dat zou de grotere sociale en emotionele interesse van vrouwen kunnen weerspiegelen.

Leeftijdsverschillen

Leeftijdsverschillen

Hier zijn interessegebieden in het groen aangeduid als ze meer fixaties aantrekken naarmate de leeftijd van de toeschouwer toeneemt en in het rood waar het aantal fixaties daalt naarmate die leeftijd stijgt. Het wordt hier duidelijk dat naarmate mensen ouder worden, ze minder naar de aangezichten kijken, en meer naar de lichaamsdelen.

Expertiseverschillen

Vaak wordt aangenomen dat kunstexperten hun aandacht meer verdelen over het hele schilderij: hun oog zou minder lang op dezelfde plaats blijven hangen en op meer verschillende punten focussen. Leken daarentegen zouden langer focussen op kleiner aantal punten in het beeld. Die verschillen blijken echter niet uit de resultaten van dit onderzoek.

 

Dat verwachte verschil in kijkgedrag zien we dan weer wel als we de groep opdelen op basis van de zelf aangegeven interesse in kunst. Personen die vaak tentoonstellingen bezoeken of veel kunstboeken hebben, vertonen het kijkgedrag dat traditioneel aan experten wordt toegeschreven. Mensen die minder interesse in kunst tonen, hebben een kijkprofiel dat we zouden verwachten bij ‘leken’. Blijkbaar is de huidige belangstelling voor kunst dus een sterkere voorspeller voor het kijkgedrag dan de opleiding die iemand genoten heeft.

Dit onderzoek is een samenwerking tussen M en het Laboratorium voor Experimentele Psychologie van de KU Leuven, onder begeleiding van Prof. Dr. Johan Wagemans.