Nummer drie | Hoe kijken we naar kunst?

M en KU Leuven onderzoeken:

Hoe kijken we naar kunst?

Nummer drie van M
Meer leesvoer!

Een schilderij bekijken, hoe doen we dat precies? Op welke delen focussen we ons en welke delen interesseren ons minder? Is dat bij mannen anders dan bij vrouwen? En is er een verschil tussen leken en experts?

Precies om dat soort vragen te beantwoorden sloegen M en het Laboratorium voor Experimentele Psychologie van de KU Leuven de handen in elkaar. In 2017 ging hun gezamenlijke onderzoeksprogramma van start, onder leiding van professor Johan Wagemans. De resultaten zijn ondertussen binnen.

Vrouwen kijken meer naar gezichten en lichaamsdelen, mannen hebben meer interesse voor houdingen en handelingen

EVEN KIJKEN

Zien lijkt iets heel simpels. We doen het constant, zonder er één seconde bij na te denken. Maar in werkelijkheid is het best een complex proces. 

 

Onze ogen zijn een soort camera’s, maar de beelden die ze doorgeven aan onze hersenen zijn veel ruwer dan je zou denken. Aan de randen zit bijvoorbeeld altijd een flink wazig deel. Bovendien springen onze ogen voortdurend heen en weer. Per seconde staan ze maximaal een keer of vier stil: op die momenten analyseert ons brein de wazige zone om te bepalen welk deel we bij de volgende sprong in focus zullen nemen. Zo scannen we voortdurend ons volledige gezichtsveld. Onze hersenen naaien al die informatie netjes aan elkaar tot een beeld dat overal haarscherp is. Ze zorgen er ook voor dat we niks merken van dat voortdurende gespring van onze ogen. Het samenhangende, scherpe beeld dat wij ‘zien’ wordt dus gecreëerd in ons brein, op basis van veel onbewust rekenwerk.  

TWEE JAAR

De sprongen die je ogen maken en de plekken waar ze stil blijven staan, kunnen worden gemeten met registratieapparatuur. En dat is precies wat in M gebeurd is, met behulp van twee eyetrackingstations. 

 

Bezoekers die wilden deelnemen aan het onderzoek moesten eerst via een scherm een paar vragen over zichzelf en hun achtergrond beantwoorden. Daarna keken ze dertig seconden lang naar twee schilderijen: een 16de-eeuwse Maria Lactans van een onbekende meester en ‘De strijksters’ van Karl Meunier uit 1884. Ondertussen registreerden camera’s hun oogbewegingen.  Alle metingen werden doorgestuurd naar het Laboratorium voor Experimentele Psychologie, waar ze geanalyseerd werden. De bezoekers zelf konden hun eigen kijkpatroon vergelijken met dat van een expert, een kind van acht jaar én met de honderd vorige bezoekers. 

 

Het onderzoek liep twee jaar, maar niet alle tests waren bruikbaar. Technisch was het een erg complex experiment, en er liep weleens iets mis. Maar in totaal konden de wetenschappers toch ruim 2.000 resultaten analyseren om hun onderzoeksvraag te beantwoorden: kijkt een leek anders dan een expert?

UNIEK

Het is niet de eerste keer dat de oogbewegingen geregistreerd worden van mensen die naar kunstwerken kijken, maar meestal gebeurt dat in een lab, met een klein aantal deelnemers. Het experiment in M was uniek omdat het zo lang liep en er zoveel gegevens konden worden verzameld. Bovendien vond het plaats in een museum, dus alle deelnemers waren sowieso museumbezoekers. 

 

De algemene resultaten bevestigden wat eerder onderzoek had uitgewezen. Zo kijken vrouwen meer naar gezichten en lichaamsdelen, terwijl mannen meer interesse hebben voor houdingen en handelingen. Misschien valt dat te verklaren doordat vrouwen gemiddeld empathischer zijn en een grotere belangstelling hebben voor emoties en sociale interactie.

 

Maar wat met de onderzoeksvraag van de wetenschappers: kijkt een leek anders dan een expert? Er blijkt wel degelijk een verschil te zijn. De expert kijkt meer naar het geheel, de leek focust meer op bepaalde zones van het schilderij. Nog opmerkelijker zijn de factoren die een expert van je maken. Dat je een kunstopleiding hebt gevolgd, lijkt niet echt van belang. Wat wel telt: veel lezen over kunst, en veel musea bezoeken.

 

Het onderzoek werd uitgevoegd door Sarah Delcourt, in het kader van haar scriptie ‘Eye movements as a key to understanding individual differences in art viewing and appreciation’, KU Leuven

Op deze beelden zie je de gecombineerde fixaties van iedereen die aan het onderzoek heeft deelgenomen. De rode delen werden het meest bekeken, de blauwe delen wat minder. Geel en groen zitten ertussenin. Bij de Maria Lactans valt iets bijzonders op: de meest gefixeerde delen vormen het middelpunt en de hoeken van een driehoek. Blijkbaar wist de schilder op voorhand welke onderdelen de aandacht zouden trekken, en gebruikte hij die kennis om een evenwichtige compositie te creëren.

De blauwe kaders geven de zones aan waar de museumbezoekers vooral op focusten. Vrouwen keken meer en langer dan mannen naar de roze vlakken – naar gezichten en lichaamsdelen dus. Dat komt mogelijk doordat vrouwen meer geïnteresseerd zijn in emoties en interacties tussen mensen. Mannen daarentegen keken meer en langer dan vrouwen naar de blauwe vlakken.

Meer leesvoer!

Solotentoonstelling in M

Vincent Geyskens

Nummer drie

Souffleur

Ontmoet de collectie:

'Druk! Werk!'