Nummer drie | Vijf jaar 'Kunstbrug'

Vijf jaar ‘Kunstbrug’:

Mater Dei-school en M kijken terug op een bijzonder project

Nummer drie van M
Meer leesvoer!

Vijf jaar geleden sloegen de Leuvense Mater Dei-school en M de handen in elkaar: met de steun van Stichting Koningin Paola en M-LIFE wilden ze uitproberen of kunst kan helpen om kinderen meer zelfvertrouwen te geven. In juni van dit jaar loopt dat bijzondere project af. Juf Conny Feyaerts blikt terug.

De kinderen blijven maar vragen wanneer ze nog eens naar het museum mogen

“Mater Dei ligt aan het Sint-Jacobsplein, in het hartje van de stad. We hebben een divers publiek: Leuvense kinderen met uiteenlopende achtergronden. Onze pedagogische visie is erg gericht op kunst – het muzische, zoals we het zelf noemen. We gingen al heel lang met de kinderen naar M. De school en het museum kenden elkaar, en zo is het project ontstaan.”

 

“Kunst − beeld, drama, beweging… − is een universele taal. Iedereen kan meedoen, elk kind kan zich ermee uiten. Vorig schooljaar zijn we de tentoonstelling van de beeldhouwersfamilie Borman gaan bezoeken. Er was een Grieks meisje bij − het was haar tweede dag op school en ze kende geen woord Nederlands of Engels. Maar de gids toonde die beelden en ze kon daar mee op inpikken, mee details zoeken… Ze werd betrokken, en al kon ze niet praten met haar klasgenoten, ze hoorde er meteen bij. Heel belangrijk voor een kind.”

 

“Maar ook kinderen die wel perfect Nederlands kennen, hebben veel aan het project. Misschien lukt het niet zo goed met rekenen maar ontdek je via kunst andere talenten. Dan ga je je beter in je vel voelen en ga je automatisch ook beter presteren op school.”

TWEEDE THUIS

“Met het project willen we een brug bouwen tussen de school en het museum – het project heet ook ‘Kunstbrug’. We hopen dat het museum een vertrouwde plek wordt, een tweede thuis zeg maar. En het zou fantastisch zijn dat de kinderen dan hun ouders een keer meenemen.”

“De kinderen van het zesde leerjaar krijgen een gidsopleiding in M, en ze houden ook altijd een gidsbeurt voor hun ouders en de leerkrachten van Mater Dei. Vorig jaar zijn er heel veel papa’s en mama’s komen opdagen. Die hebben het museum van binnenuit kunnen ontdekken: ze hebben niet alleen de tentoonstelling gezien, maar ze weten nu ook waar de lockers zijn, waar ze de toiletten kunnen vinden… Toch weer een paar drempels die wegvallen. En we drukken ze op het hart dat ze ook op andere dagen welkom zijn. Dat ze bijvoorbeeld altijd de tuin in mogen zonder dat ze daarvoor hoeven te betalen.”

Ik was verbaasd dat ik zwart ben De reactie van Ervie, 9 jaar, toen hij zichzelf zag in een filmpje van een bewegingsworkshop in een volledig witte zaal.

KEN IK!

“Ik geef al 30 jaar les bij Mater Dei, en ik heb van in het begin het muzische op mij genomen. Zo ben ik ook bij het project betrokken geraakt. Ik geef les in het derde leerjaar, maar één dag per week ben ik klasvrij. Dan ga ik naar het museum om de projecten voor te bereiden, samen met Sofie Vermeiren, Charlotte Van Peer en Marlies Verreydt van M. Ik bezoek de tentoonstellingen, verzamel informatie en kijk dan wat past bij het leerplan van iedere klas: ha, dat is misschien geschikt voor het eerste leerjaar, dat voor het vierde… En ik probeer de informatie om te zetten naar een taal die begrijpelijk is voor kinderen.”

 

“Mijn collega’s hebben natuurlijk de vrijheid om te kiezen. Ik doe suggesties en bezorg hen materiaal, en daar kunnen zij dan zelf mee aan de slag. De eerste jaren van het project leverde ik alles kant-en-klaar aan, maar naarmate het enthousiasme op school groeide en de leraars er dichter bij betrokken raakten, heb ik het meer los kunnen laten.”

“De voorbereiding in de klas is heel belangrijk. Als ik zelf op reis ga, zoek ik op voorhand dingen op: wat valt daar te beleven, wat zijn de leuke plekken... Dat maakt mij nieuwsgierig. Ik wil dingen gaan bekijken omdat ik erover gelezen heb. Bij kinderen is dat net hetzelfde. Die weten graag wat ze gaan beleven. Je moet niet alles verklappen, maar net genoeg om ze warm te maken voor het museumbezoek. Je vertelt hen over de kunstenaars, je toont een paar werken... Ze zijn dan heel trots dat ze kunnen antwoorden op vragen van de gids. Of dat ze kunnen zeggen: ‘Ah ja, dat werk ken ik!’ Ze gaan ook bewuster kijken. Ze weten wat er van hen verwacht wordt.”

 

“Ik observeer weleens klassen van andere scholen, en dan zie je kinderen vooral denken: joepie, we hoeven geen les te volgen! Ze weten niet goed wat ze eigenlijk in het museum aan het doen zijn, en dat is toch een beetje een gemiste kans. Bij Mater Dei hadden we natuurlijk wel het geluk dat ik klasvrij gemaakt ben voor dit project, en dat ik het contact met de collega’s kon verzorgen. Er komt heel veel op je af in het onderwijs, en zo’n museumbezoek voorbereiden is erg arbeidsintensief.”

BOOS

“Ik denk echt dat het project kinderen zelfvertrouwen heeft gegeven. Er zijn er die een heel moeilijke start hadden in het eerste leerjaar, en als ik dan zie hoe ze in het zesde leerjaar gidsen of een filmpje maken… Wat ze kunnen en durven… Je had dat nooit voor mogelijk gehouden.”

 

“Dat komt vooral doordat de kinderen de kans krijgen kunst te leren kennen en er plezier aan te beleven. En niet één keer, maar véél. Ze bereiden het museumbezoek voor in de klas, dan gaan ze naar de tentoonstelling kijken, achteraf praten ze erover en maken ze zelf kunstwerkjes… Allemaal kleine dingen die ervoor zorgen dat ze beter in hun vel gaan zitten. Dat ze voelen dat ze als mens beoordeeld worden, en niet alleen op bijvoorbeeld de punten die ze voor rekenen krijgen.”

 

“En kinderen kunnen je verrassen, hoor. Ik dacht bijvoorbeeld eerst dat de tentoonstelling van Pieter Vermeersch niets voor hen zou zijn. Dat gaat om kleur en kleurvakken, er zit geen duidelijk herkenbaar verhaal in, zoals in figuratieve schilderijen. Maar wat ze daar allemaal in zagen! Een van de jongens zei over een rood werk: ‘Dat schilderij ging over boos. Dat ken ik, want ik word snel boos als iets kapotgaat.’ Ze hadden geen verhaal nodig, ze maakten dat zelf op basis van hun gevoel.”

EN NU?

“Eind dit schooljaar loopt het project af. Bijzonder jammer dat er zoveel is weggevallen door corona. Ik hoop in ieder geval niet dat alles bruusk stopt. Ik verwacht het ook niet. De collega’s, de directie en het schoolbestuur zijn alvast enthousiast. De kinderen blijven maar vragen wanneer ze nog eens naar het museum mogen gaan. En bij M zijn ze ook zeer betrokken. Ik hoop dat we een weg vinden – en de centen - om er op een andere, minder intensieve manier mee door te gaan.”

 

Charlotte Van Peer, medewerker publieksbemiddeling bij M, was samen met juf Conny de spil van het project. De samenwerking met Mater Dei heeft ook heel positieve gevolgen gehad voor het museum zelf, zegt ze.

 

“Bij M willen we kinderen warm maken voor kunst. Een belangrijk deel van onze werking richt zich daarom op het onderwijs. Maar jammer genoeg komen de meeste klassen hooguit één keer per jaar een rondleiding volgen. Je impact is dus relatief beperkt. Je kunt een zaadje planten, maar als je echt het verschil wil maken, heb je toch een langer traject nodig. En dat hebben we gevonden in de samenwerking met Mater Dei.”

 

“De inhoudelijke en praktische uitwerking van het project zit bij Conny en het team Publieksbemiddeling van M. Maar aan het begin van ieder schooljaar leggen we wel alle activiteiten voor aan de Stichting Koningin Paola en de collega’s van Conny. Zij geven dan feedback.”

Vroeger durfde ik niet in mijn eigen taal dingen te zeggen. Nu wel. Ik heb mijn vrienden voor het eerst verteld over mijn land, Ethiopië Menelik, 9 jaar. Tijdens een workshop van bewegingskunstenares Katrien Oosterlinck gebruikte hij voor het eerst zijn moedertaal in klasverband. 

TOETSENWEEK

“We willen kunst uitdragen, dat is onze taak als museum. Maar tegelijk hebben we ook veel geleerd van het project. Het is heel uniek dat je zo intensief kan samenwerken met een school. Het contact met Conny heeft ons veel bijgebracht over hoe een school werkt. Hoe zit een jaar in elkaar? Wat gebeurt er op personeelsvergaderingen? Hoe krijgen de lessen vorm? Daardoor kunnen wij nu veel beter inschatten wat we voor het onderwijs kunnen betekenen. We weten bijvoorbeeld dat we beter geen activiteiten aanbieden in september, of tijdens toetsenweken. Je internaliseert dat door zo’n project mee te maken.”

 

“We nemen de adviezen van Conny zeer ter harte, ook voor andere scholen die op bezoek komen in M. Zij kijkt met de blik van een leerkracht, maar ze weet ook wat de mogelijkheden van M zijn en ze kent onze collectie ondertussen ook heel goed. Hopelijk kunnen we zo tot het beste van beide werelden komen.”

 

Hoe werkt het?

Ieder leerjaar van de Mater Dei-school heeft een eigen programma, afgestemd op de leeftijd van de kinderen.

 

Eerste leerjaar.

De kinderen maken kennis met M. Wat is een museum? Hoe gedraag je je daar? Ze ontdekken op een speelse manier wat kunst is. Ze krijgen ook een rondleiding van hun maatjes uit het zesde leerjaar.

 

Tweede leerjaar.

Hetzelfde programma als het eerste leerjaar, maar met een extra workshop van een halve dag. De kinderen leren bijvoorbeeld drukken of beeldhouwen.

 

Derde leerjaar.

De eerste twee jaar van het project volgden de kinderen een basisopleiding fotografie bij Evy Raes. De twee volgende jaren deden ze samen met kunstenares Katrien Oosterlinck bewegingsoefeningen, geïnspireerd door kunstwerken in M.

 

Vierde leerjaar.

De kinderen verblijven een paar dagen in het museum – een beetje zoals een kamp. Dit schooljaar hadden ze normaal een inleeftweedaagse in M. Ze zouden de Sint-Pieterskerk bezoeken, het depot gaan bekijken en leren welke mensen er allemaal in het museum werken. Wegens de lockdown is dat helaas niet kunnen doorgaan. 

 

Vijfde leerjaar.

De kinderen krijgen een rondleiding in het museum en maken tijdens een workshop een eigen kunstwerk met een iPad. Op school geven ze uitleg aan de andere klassen en aan hun ouders over een kunstdiscipline die ze zelf mogen kiezen.

 

Zesde leerjaar.

M biedt de kinderen een gidsopleiding aan, mét diploma. De kinderen geven ook zelf een rondleiding voor het eerste leerjaar van Mater Dei en daarna voor hun ouders en de leerkrachten van de school.