Nummer twee | Thomas Demand

Grote najaarstentoonstelling in M:

Thomas Demand

Nummer twee van M
Meer leesvoer!

Dit najaar brengt M een overzichtstentoonstelling van het werk van de Duitser Thomas Demand (1964). Demand is een geschoold beeldhouwer, maar verwierf vooral bekendheid met zijn ‘modellen’: maquettes uit gekleurd papier of karton, vaak gebaseerd op bestaand beeldmateriaal, die hij vervolgens fotografeerde en vernietigde. Niet de maquette zelf, maar de fotografische weergave ervan wordt zo het eigenlijke kunstwerk. Dat maakt van zijn oeuvre een slimme commentaar op onze even gelaagde als vluchtige beeldcultuur.

Fotografie creëert de werkelijkheid. Dat is de kern van mijn kunstenaarschap. Thomas Demand

De expo in M besteedt veel aandacht aan architectuur: een domein waarin modellen en maquettes een belangrijke rol spelen, en waarmee Demand een complexe relatie heeft. In een gesprek met M verschaft hij tekst en uitleg. Maar om te beginnen dit:

 

Hoe komt iemand op het idee om maquettes te bouwen, ze te fotograferen en daarna weer te vernietigen?
Thomas Demand: “Dat zit zo. Ik ben opgeleid als beeldhouwer. Als student wilde ik dus sculpturen maken, maar ik had geen zin om mijn kleine appartementje vol te stouwen met beelden in bubbelfolie. Dus dacht ik: ik ga sculpturen maken van papier. Die kan ik achteraf weggooien – en als ik ooit de kans krijg om ze tentoon te stellen, dan bekijk ik de foto’s en maak ik ze gewoon opnieuw. Zo is het begonnen. En dat idee ben ik door de jaren heen verder gaan uitwerken.”

 

“Die papieren sculpturen maakte ik net zoals een beeldhouwer het zou aanpakken: ik hield rekening met de vorm, de eigenschappen van het materiaal, de proporties ... Maar doordat die sculpturen voorwerpen voorstelden die we allemaal kennen, speelden ze ook met de herinnering die wij aan die voorwerpen hebben. Bovendien hebben we ook herinneringen aan beelden – ga maar eens na hoeveel foto- en filmbeelden er in je geheugen zitten. En die hebben dan weer invloed op wie we zijn en hoe we communiceren, wat we geloven en wat niet ... Fotografie is een stuk complexer dan je op het eerste gezicht zou denken.” 

 

“We hebben het tegenwoordig veel over fake news, maar fake news is altijd een onderdeel van fotografie geweest. Dat doe je namelijk als je op zoek gaat naar het beste shot: je manipuleert de werkelijkheid die je door je lens ziet. Dat idee heb ik tot in het extreme doorgetrokken door beelden te gaan reconstrueren die getuigen van belangrijke gebeurtenissen uit de recente geschiedenis.”

 

“Dan heb ik nog een stap verder gezet en ben ik onbekende realiteiten gaan construeren. In M zal bijvoorbeeld ‘Embassy’ te zien zijn. Dat werk toont een plek die een centrale rol heeft gespeeld in de Amerikaanse invasie van Irak, maar waarvan geen foto’s bestaan: de ambassade van Niger in Rome. Uit die ambassade was briefpapier gestolen, dat daarna gebruikt was om ‘officiële’ contracten na te maken. Die contracten hadden zogenaamd betrekking op de smokkel van uraniumerts uit Niger naar Irak, waarmee Saddam Hoessein dan zogenaamd een atoombom kon maken. En dat voorwendsel hebben de Amerikanen gebruikt om Irak binnen te vallen − een gebeurtenis die de wereld veranderd heeft.”

 

“Dat is de kern van mijn kunstenaarschap: fotografie creëert de werkelijkheid, in plaats van ze alleen maar vast te leggen.”

DENKEN MET JE HANDEN

Een belangrijk onderdeel van jouw tentoonstelling in M zijn uw ‘Model Studies’. Wat zijn dat precies? 
“Ik zei al dat ik een manier had gevonden om beelden anders te bekijken, om ze te gaan deconstrueren. Toen vroeg ik me af wat er zou gebeuren als ik, in plaats van met zelfgebouwde modellen, zou gaan werken met modellen die anderen hadden gemaakt. Ik ben begonnen met John Lautner, en daarna ben ik gaan werken met SAANA (Sejima And Nishizawa And Associates) is een veelvuldig bekroond architectenbureau, Hans Hollein, Gio Ponti en onlangs nog Azzedine Alaïa. Hun modellen zijn veel abstracter. Dikwijls tonen ze projecten die niet gerealiseerd zijn, of toch niet in die vorm. Het zijn mogelijkheden, versies, abstracties.”

 

In dat lijstje namen ligt de klemtoon op architectuur: Lautner, Hollein en Ponti waren gereputeerde architecten, en SANAA. Waarom heb je juist hun werk gefotografeerd voor ‘Model Studies’?

“Ik ben dus begonnen met John Lautner. Van hem zijn maar twaalf maquettes bewaard gebleven, en de meeste bevinden zich in het Getty Research Center, waar ik in 2013 te gast was als fellow. Lautner smeet gewoonlijk alles weg als hij een project verwezenlijkt had: die twaalf modellen zijn met andere woorden nooit gebouwd.” 

 

“Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in werkmaquettes – meer dan in de netjes afgewerkte modellen die de architect toont aan de klant, want daar ligt het ontwerp al min of meer vast en gaat de aandacht vooral naar de vormelijke elementen. Ik hou meer van het ruwe, beduimelde werkinstrument waarmee ze in het architectenbureau aan de slag zijn geweest, waarop ze ideeën hebben uitgeprobeerd en weer afgeschoten, dat ze veranderd en nog eens veranderd hebben, dat nooit bedoeld was om in die vorm gerealiseerd te worden. Mijn zelfgemaakte modellen hebben geen biografie, geen levensverhaal, maar die werkmaquettes hebben dat wel: ze belichamen een moment in de tijd, ze laten zien hoe je kan denken met je handen. Dat is wat mij interesseert.”

 

Bij een model denken we vaak aan een miniatuurversie van de werkelijkheid. Hoe verhoudt jouw idee van modellen zich daartoe?

“Het hele idee van een model als miniatuurversie van iets anders vind ik ... triviaal. Omdat het een illusie van controle creëert: denk maar aan alle foto’s van politici die trots staan te poseren naast een model voor één of ander groot nieuw project. Modellen zijn veel, véél meer dan dat. Zoveel dingen zijn erop gebaseerd, van de weersvoorspelling in het journaal tot het pensioenfonds waarvoor je iedere maand een bijdrage stort. Je hebt statistische modellen, natuurkundige, medische, monetaire, politieke – denk maar aan verkiezingsmodellen ... Modellen geven ons een gefilterde versie van de wereld, want de wereld zelf is veel te complex om ongefilterd tot ons te nemen – we zouden er gek van worden! Modellen hebben macht. De modellen waar jij het over hebt, vormen maar een heel kleine niche. Modellen zijn navigatie-instrumenten: we hebben ze nodig om ons door het leven te loodsen.”

TWINTIG JAAR GERIJPT

In M zullen ook werken te zien waarvoor u zelf hebt samengewerkt met architecten. Hoe zijn die samenwerkingen tot stand gekomen?

“Architecten apprecieerden mijn werk al jaren voor ik me daarvan bewust was. Daar zullen wel verschillende redenen voor zijn, maar volgens mij komt het vooral doordat ik ruimtes met een zeker karakter creëer, met een narratieve en iconische kwaliteit waar architecten ook naar streven. Ik hoorde zelfs dat mij onbekende architectenbureaus bij aanbestedingen verwezen naar mijn werk zonder dat ik dat wist, of in hun dossier ontwerpschetsen opnamen die heel erg op mijn werk leken. Ze zeggen wel eens dat imitatie de meest gemeende vorm van vleierij is, maar dat vond ik toch wat overdreven (lacht). Maar na een tijdje zijn daar samenwerkingen uit voortgekomen. Aan de ene kant werk ik veel met architectuur in mijn tentoonstellingen, aan de andere kant werd ik steeds meer gevraagd om mijn ideeën uit te werken tot echte architectuurprojecten.”

 

“Dat is de kern van de tentoonstelling in M: het gaat over mijn werk en de architectuur, en over de interactie tussen die twee. Er zijn wel meer kunstenaars die werken met architectuur, maar er zijn er niet veel die het op mijn manier aanpakken. Het leek me interessant om te tonen hoe die twee domeinen elkaar kunnen overlappen.”

 

“De tentoonstelling is al twintig jaar aan het rijpen. Sommige werken die ik in die tijd gemaakt heb, kunnen we niet eens tonen – zoals het Belgische paviljoen op de Architectuurbiënnale van Venetië in 2008, een project van OFFICE Kersten Geers David Van Severen waarin ik een kleine bijdrage had. Of, onlangs nog, het ontwerp voor KANAL, het museum in de oude Citroëngarage in Brussel. Ik had daaraan meegedaan met 51N4E en Caruso St John, maar onze inzending heeft het niet gehaald. Jammer, ik had het wel zien zitten om museumdirecteur te worden (lacht).”

NIEUWE STUKKEN

Wat mogen mensen verwachten van de tentoonstelling in M? Zijn er bijvoorbeeld stukken die voor het eerst te zien zullen zijn?

“Sommige stukken zijn niet nieuw, maar worden getoond in een compleet nieuwe context. Zoals ‘Nagelhaus’, een controversieel project in Zürich waarvoor ik heb samengewerkt met Caruso St John, maar dat er nooit is gekomen. Of ‘Black Label’, mijn project voor een tentoonstellingsruimte in Japan dat vermoedelijk nog niemand in Europa heeft gezien. Zeker niet in combinatie met ‘Untitled (Thomas Demands Here)’, het werk van Rirkrit Tiravanija dat op ‘Black Label’ gebaseerd is, en dat ook in M te zien zal zijn.”

 

“Maar het meeste van wat je zien zult krijgen is nieuw. Ik denk bijvoorbeeld aan de serie rond de patronen waarmee Azzedine Alaïa zijn pasvormen maakte – een wonderbaarlijke, unieke modeontwerper. We onthullen ook drie paviljoenen die ik ontworpen heb, en die momenteel in aanbouw zijn in Denemarken. Het is de eerste keer dat de ‘Model Studies’ voor dat project samen worden geëxposeerd. Voor een fototentoonstelling is de expo heel driedimensionaal, heel immersief.”

 

“Bovendien: het is geen klassieke solotentoonstelling. Ik heb verschillende andere kunstenaars uitgenodigd – ik had het al over Rirkrit Tiravanija en Caruso St John, maar ik denk ook aan de beeldhouwer Martin Boyce, de architect Arno Brandlhuber ... Al die werelden zullen in M met elkaar in dialoog gaan. Ik kijk er geweldig naar uit.”

De tentoonstelling rond het werk van Thomas Demand loopt van 09.10.2020 tot 18.04.2021.

Meer leesvoer!

Nieuwe film gaat in wereldpremière in M:

‘Reach Capacity’ | Ericka Beckman

Achter de schermen bij M

Hoe maak je een tentoonstelling?