Puttobeeldje Cornelis Floris II na twee eeuwen weer thuis

Verloren puttobeeldje na twee eeuwen weer thuis

In maart 2017 merkte het team van M een bijzonder stuk op tijdens een prospectiebezoek aan TEFAF in Maastricht, de jaarlijkse prestigieuze kunst- en antiekbeurs. Het bleek te gaan om een albasten putto, een naakt engelenfiguurtje uit steen, dat vanaf de 16de eeuw de sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee sierde. Het beeldje werd destijds vergezeld door een soortgelijke putto die tegenwoordig deel uitmaakt van de collectie van de stad Leuven. Vermoedelijk zijn de eeuwenoude beeldjes sinds 1796 niet meer samen geweest.

Onschatbare waarde

De ontdekking van de verloren putto is geen toeval. M prospecteert namelijk actief op kunstbeurzen met als doel de kunstcollectie van de stad verder te verrijken. Het nieuw aangekochte stuk is een uiterst waardevolle aanvulling voor de collectie. Naast het feit dat het om een prachtig albasten beeldje van uitstekende kwaliteit gaat, is het voornamelijk de rijke geschiedenis en historische waarde van het verloren topstuk die het van onschatbare waarde maken voor M en de stad Leuven. 

Gescheiden door plunderingen

De handelaar die het kunstwerk aanbood, kon de putto toeschrijven aan de Vlaamse School en dateren in de 16de eeuw. Volgens de staf van M ging het echter specifiek om een van de twee putti die vanaf 1560 de sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee sierden. De beeldjes bleven er bijna tweeëneenhalve eeuw samen tot grote delen van het klooster, waaronder de sacramantstoren, in 1796 vernield en geplunderd werden. Boosdoeners waren ‘Rosse Max en zijn bende’, een groep Leuvense revolutionairen. Als gevolg van de plunderingen ging één van de twee putti verloren. Slechts een fractie van alle kostbare werken in het klooster, waaronder de andere putto, kon in veiligheid gebracht worden.

Als twee druppels water

Dat beide beeldjes tot hetzelfde ensemble behoren, bestaat volgens Marjan Debaene, Diensthoofd collecties, geen twijfel over: “De gelijkenissen tussen de putto die in M bewaard wordt en het exemplaar dat op de kunstbeurs opgemerkt werd, zijn treffend. De vormgeving van het kussen, het drapé van het doek en het modelé van de anatomie zijn zo goed als identiek. Met hun 42 cm zijn beide beeldjes bovendien exact even groot. Ook de kenmerkende bevestigingspunten van de putti komen overeen, wat het vermoeden bevestigt dat ze wel degelijk uit hetzelfde ensemble afkomstig zijn.”

De gelijkenissen tussen de putto die in M bewaard wordt en het exemplaar dat op de kunstbeurs opgemerkt werd, zijn treffend. De vormgeving van het kussen, het drapé van het doek en het modelé van de anatomie zijn zo goed als identiek. Met hun 42 cm zijn beide beeldjes bovendien exact even groot. Ook de kenmerkende bevestigingspunten van de putti komen overeen, wat het vermoeden bevestigt dat ze wel degelijk uit hetzelfde ensemble afkomstig zijn. Marjan Debaene, Diensthoofd collecties

Werk van Brabants meester-beeldhouwer

Beide putti zijn het werk van Antwerpenaar Cornelis Floris II de Vriendt (1513-1575), één van de meest toonaangevende renaissancebeeldhouwers uit zijn tijd. Hij was een zeer veelzijdig kunstenaar, die naast beeldhouwer ook actief was als architect en ontwerper. Doorheen zijn carrière bouwde Cornelis Floris II (letterlijk) een indrukwekkend palmares op, met als hoogtepunt het ontwerp van het Stadhuis van Antwerpen in 1560. Samen met architect en beeldhouwer Pieter Coecke van Aelst is hij verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een Vlaamse renaissancevormentaal, vaak aangeduid als de ‘florisstijl’.