M voor jou alleen

Welkom in M

We hebben een veilig parcours voor jou uitgestippeld. Je krijgt zoveel ruimte, dat het lijkt alsof je de kunst voor jou alleen hebt. Begeleidende teksten worden hieronder voorzien.

 

Geniet van M en deel je ervaring met #mleuven.

Zaal 0.A

Neem je tijd

In een museum lijkt de tijd stil te staan maar niets is minder waar. Voor elk kunstwerk is tijd een essentieel element. Sommige kunstwerken vertellen iets over de tijd zelf, zoals de kalenderwijzerplaat of een vanitasstilleven, waarin tijd expliciet of symbolisch wordt weergegeven. Andere werken vertellen verhalen. Een verhaal speelt zich altijd af binnen een bepaalde tijd: de vertelde tijd. Soms gaat het verhaal over een reis die weken heeft geduurd, soms over een vluchtig moment. Eeuwenlang en nog steeds werken kunstenaars visuele strategieën uit om dit tijdaspect weer te geven in hun werken.

 

Daarnaast heeft een kunstwerk ook een bepaalde tijd om het verhaal te vertellen: de verteltijd. In film en video installaties is die tijd de lengte van de projectie. In andere kunstwerken, eerder ‘statische’ objecten zoals beelden of schilderijen, lijkt dit afwezig. De verteltijd wordt hier bepaald door de kijker, de tijd die hij of zij neemt om te kijken. Soms kijken we slechts een ‘ogenblik’, soms heel lang. Onderzoek wees uit dat museumbezoekers gemiddeld 28,63 seconden voor een schilderij staan, inclusief selfies nemen.

 

Deze presentatie nodigt jou uit om het aspect tijd te ontdekken in de kunst. Niet alleen hoe kunstenaars zelf met tijd hebben gewerkt in hun realisaties, maar ook om te ontdekken hoeveel tijd je zelf gebruikt om te kijken. We nodigen je uit om bewust te worden van tijd die jij nodig hebt om te kijken en gedetailleerd(er) te kijken.

 

De hedendaagse werken in deze presentatie zijn afkomstig uit de Cera-collectie bij M. 

Zalen 0.B - 0.C

Bewogen

Heb jij wel eens samen met je klasgenoten urenlang achter een heilige aan gelopen met een paar vleugels op je rug gebonden? Jezus aangekleed, in slaap gewiegd of in zijn graf gelegd? Of je beste juwelen geofferd aan een bloedende hostie? Tijden veranderen… Tot niet zo lang geleden speelde in het christelijke westen de religie een belangrijke rol in het dagelijkse leven van de doorsnee mens. Men leefde op veel beperktere geografische schaal. Kerkelijke feestdagen en rituelen bepaalden de kalender en brachten gemeenschappen bij elkaar.

 

De rijke en diverse collectie van M Leuven wordt sinds 2017 op regelmatige basis gewisseld in themapresentaties om zo nog meer verhalen te kunnen vertellen. Veel objecten uit de collectie hebben een religieuze oorsprong en zijn afkomstig uit lokale kerken en kapellen.

 

Deze tentoonstelling zoomt in op religieuze kunst- en erfgoedobjecten gemaakt om letterlijk en figuurlijk te bewegen, van de wieg tot het graf. Aan de hand van drie overkoepelende thema’s – processie, bedevaart en devotie – brengt deze presentatie ongewone voorwerpen samen die vroeger functioneerden in religieuze rituelen: aangeklede en bewegende beelden, garderobe en accessoires van heiligenbeelden, relieken en hun cultusvoorwerpen, processie-uitrusting en huisaltaren, … Vaak fragiel, tactiel, kostbaar en ambachtelijk van aard zijn het stuk voor stuk bijzondere voorwerpen die zowel publiekelijk als achter gesloten deuren een intense geloofsbeleving stimuleerden en door hun beweging mensen spiritueel bewogen. 

 

De context en gebruiken van de beelden zijn vaak verloren gegaan. Daarom geven de audiotour en labels meer context bij deze verloren gebruiken. Daarnaast opent deze presentatie met beelden van gelijkaardige tradities, wereldwijd én hedendaags.

Zaal 0.D

De Tien

Tweejaarlijks geeft M een museumzaal uit handen. De Tien is het resultaat van een publieksexperiment: kan je al spelend én virtueel een nieuwe presentatie tot stand brengen?


Het spel werd gespeeld door tien proefkonijnen die zin hadden in een digitaal experiment met een levensechte uitkomst: het selecteren van hun tien favoriete kunstwerken uit de M-collectie. Gedurende zes digitale afleveringen leerden de proefkonijnen dertig kunstwerken kennen, telkens vanuit een andere invalshoek. Die dertig kunstwerken staan symbool voor de diversiteit van de collectie: uiteenlopende media, onderwerpen en periodes. Maar wat de kunstwerken allemaal gemeenschappelijk hebben, is een boeiend verhaal.


Kunstbeleving en -waardering vormden de rode draad doorheen het spel. Beïnvloedt een nieuw perspectief op een kunstwerk je voorkeur? En kan je digitaal verliefd worden op een kunstwerk? 


De Tien stelt de keuze van de proefkonijnen centraal: M maakte een presentatie met de tien kunstwerken waar zij persoonlijk de grootste connectie bij hadden doorheen het experiment. Maar niet enkel de geselecteerde werken zijn te zien in de collectiepresentatie: ook de twintig kunstwerken die het niet haalden, kan je bekijken. Welke keuzes zou je zelf maken? 

 

Met dank aan de tien proefkonijnen: 
Kristien Clerinx, Lila Maria de Coninck, Lotte Cools, Karen Hoegaerts, Sarah Lauwers, Ilias Mohout, Casper Van Cleemput, Danny Van De Velde, Katrien Vanhamel, Ellen Vermaete


Dit project kwam tot stand met steun van Cera en M-LIFE en kunstwerken uit de Cera-kunstcollectie. 

Zalen O.I - O.H - O.G

Alles voor de vorm

Hoe maak je indruk op voorname gasten? Eeuwen geleden deden verzamelaars dat door hun kostbaarste kleinoden te presenteren in luxueuze pronkkabinetten. In de 19de-eeuwse salons van burgemeester Leopold Vander Kelen en zijn echtgenote Maria Mertens ontdek je schatten uit onze verzameling toegepaste kunsten. Wij nodigen jou hier uit om gebruiksvoorwerpen anders te bekijken.

 

De functie, materialen en de vorm van objecten staan in de kijker. Hoe gebruik je een molenbeker? Waarvoor dient een samovar? Sinds wanneer eten we met een vork? En welke boodschap kun je vertellen je met een waaier?

De informatie over het materiaal, de maker en de datering ontbreekt bij de objecten. Vertrouw op je eigen ogen. Wat kun je zelf afleiden door de vorm of het materiaal van een object goed te bekijken?

Zet je zintuigen op scherp: kijk en ontdek meer over de vorm, functie en materialen van de objecten.

 

Ga in de zalen op zoek naar vragen die aanzetten tot reflectie en laat je verbeelding de vrije loop.

 

Met werken uit de Cera-collectie.

Zaal 0.F

De Zeven Sacramenten

Je hebt wellicht al wel eens gehoord van de zeven sacramenten: zeven gewijde handelingen binnen het katholieke geloof, die ingesteld zouden zijn door Jezus Christus zelf. De sacramenten staan symbool voor de belangrijkste overgangsrituelen in het leven van de gelovigen, waarmee ze hun band met God en met de religieuze gemeenschap versterkten. Het gaat om het doopsel, het vormsel, de biecht, de heilige communie of eucharistie, de priesterwijding, het huwelijk, en de ziekenzalving.

 

Deze zeven sacramenten bepaalden ooit de orde van het dagelijkse leven in katholiek Europa. Met sommige ervan kom je nog wel in aanraking: de kans bestaat dat je zelf gedoopt en gevormd bent, of al eens een doopsel of vormsel hebt meegemaakt. Misschien woon je soms ook een misviering bij, of ken je mensen die regelmatig ter communie gaan. Andere sacramenten zijn dan weer minder gangbaar. Heb je bijvoorbeeld ooit al de biecht afgelegd? Of weet je wat de ziekenzalving juist inhoudt?

 

Voor iemand uit het verleden zou het antwoord voor de hand liggen.

 

Bij elk sacrament hoort een bepaald ritueel of feest, met bijpassende liturgische objecten. Je ontdekt in deze kamer een aantal kunstvoorwerpen van de vijftiende tot de achttiende eeuw, die in functie stonden van de rituelen en gebruiken rond de zeven sacramenten – met als topstuk de Triptiek met de Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden (1399/1400 – 1464), een meesterwerk van de middeleeuwse kunst, dat sinds 2009 te gast is in M. Laat je blik dwalen over het schilderij en ontdek hoe de zeven sacramenten in de vijftiende eeuw beleefd werden.

Zalen 1.A - 1.F

Richard Long

In 1967 wandelde de toen 22-jarige Richard Long enkele keren heen en weer door een veld in Engeland. Waar hij het gras vertrapt had, werd een lijn zichtbaar. Hij maakte er een foto van en noemde het ‘A Line Made by Walking’. Het was het onvermoede begin van wat een kleine revolutie zou blijken binnen de kunstwereld: plots kon een wandeling, en vervolgens een reis, de basis vormen voor een artistiek oeuvre.

 

Sindsdien staat in de kunst van Richard Long steevast de relatie centraal tussen mens en natuur. In z’n eentje onderneemt hij wandelingen in alle uithoeken van de wereld, en laat er telkens een interventie achter: enkele geordende takken; spiralen of lijnen van voetafdrukken; in patronen gerangschikte stenen. Het zijn vluchtige en intuïtieve sporen van zijn aanwezigheid in de omgeving, die na verloop van tijd ook weer op natuurlijke wijze verdwijnen.

 

Naast de interventies in de natuur maakt Long ook museaal werk, waarin de band met de natuur blijft behouden. Foto- en tekstwerken vormen een poëtische referentie naar zijn wandelingen, en geven uiting aan de ervaringen die hij onderweg opdoet. Op de vloer ordent hij natuurlijke materialen zoals vulkanisch gesteente of drijfhout tot simpele, geometrische figuren, die verwijzen naar de kosmische oervormen van het heelal. En aan de muur brengt hij met de hand modderwerken aan, die in hun eenvoud herinneren aan prehistorische rotsschilderingen. Hoewel de werken in de tentoonstellingsruimtes uiteraard een stap verwijderd zijn van de natuur waarnaar ze verwijzen, liggen ze voor Long in het verlengde van zijn wandelinterventies. Het centrale thema van zijn kunst blijft namelijk altijd hetzelfde: onze verhouding tot de geschiedenis en de natuur.

 

Curator: Eva Wittocx

Zalen 1.H - 1.M

Verbeelding van het universum

Wie zijn wij, waar komen we vandaan, hoe is de wereld ontstaan, waarom zijn we hier op aarde, wat zal de toekomst brengen en wat is onze plaats in het universum? Van in het begin wordt de mens bewogen door fundamentele vragen. Al duizenden jaren projecteren we die vragen op de sterrenhemel. Mythologie, religie, kunsten en wetenschappen bieden de meest uiteenlopende antwoorden. Elke verbeelding van het universum tracht ons te verbinden met het ondoorgrondelijke. Elke poging tot verklaring wil op de eerste plaats een gevoel van zekerheid scheppen, maar het diepe besef van onze nietigheid temidden van de grootsheid van de kosmos krijgt iedere keer opnieuw de overhand. Wat onveranderd blijft, is de eeuwige verwondering over het universum.

 

Met een honderdtal topstukken betrapt de tentoonstelling die verwondering op heterdaad. Ze onderzoekt hoe antwoorden in de Europese en de Arabische wereld hun beslag kregen in beeldende kunsten en wetenschappen tot in de 18e eeuw. Het is precies de sterke band tussen waarneming en verbeelding die mensen in staat stelt om vragen en antwoorden te formuleren. De tentoonstelling brengt dat innig verbond tussen wetenschappen en kunsten voor het voetlicht. De verbindende factor is telkens de verwondering. Het resultaat is een meanderende ode aan kunsten en wetenschappen.

 

Dit is het verhaal van mensen die ergens in een verre uithoek van het onmetelijk heelal verwonderd opkijken naar de sterren en antwoorden op hun vragen zoeken.

 

Curator: Prof. dr. Jan Van der Stock & Team Illuminare (KU Leuven)

Zaal 1.H

Het universum in goddelijke handen: de christelijke traditie

Deze ruimte toont topwerken van de verbeelding van het universum binnen de West-Europese christelijke wereld. Enerzijds steunt het christendom met het Bijbelboek Genesis op de joodse traditie waar het uit voortkomt; anderzijds is de christelijke kunst met de zogenaamde Salvator Mundi (Verlosser van de Wereld) schatplichtig aan de beeldtraditie van de klassieke Grieks-Romeinse cultuur.

 

Het Hebreeuwse Bijbelboek Genesis, samengesteld in de 6e eeuw voor Christus, opent met een verhaal dat de lezer onmiddellijk confronteert met het heelal. Het is geen historische vertelling die op naïeve wijze uitlegt hoe het universum en het leven zijn ontstaan. We zien het verhaal vandaag als een literair en poëtisch beeld dat handelt over de ordening van de kosmos. De vertelling eindigt op de zevende dag, de Joodse sabbat, hoogtepunt van orde en rust. Het boek Genesis onderscheidt zich van de omringende Mesopotamische religies door de hemellichamen hun goddelijke status te ontnemen. Tegelijk plaatst het verhaal de mens in het centrum van het universum als beeld en gelijkenis van God, veeleer dan als een speelbal van een wispelturige godenwereld.

 

Salvator Mundi, Latijn voor Verlosser van de Wereld, verbeeldt de zegenende Christus met in zijn linkerhand of aan zijn voeten een bol, als symbool van het universum. Het universum letterlijk ‘in de hand houden’, was al in de Grieks-Romeinse oudheid een teken van macht. Met de verspreiding van het christendom symboliseerde dit beeld de heerschappij van Christus over de wereld.

Zaal 1.I

Heilige Christoffel - Christusdrager

Een oude legende verhaalt dat een man zijn diensten enkel aan het hoogste gezag wilde aanbieden. Na een aantal omzwervingen trad hij in dienst van Satan, in de christelijke traditie de naam van de duivel. Toen echter bleek dat Satan bang was van Christus, besloot de man Christus te dienen. Dat deed hij door mensen op zijn rug een rivier over te dragen. Op een dag droeg hij een klein kind op zijn schouders. Het kind werd tijdens de oversteek echter zo zwaar als lood. De man zei: ‘Mijn jongen, je bracht me in groot gevaar. Je woog zo veel alsof ik de hele wereld op mijn rug had’. Het kind antwoordde hem: ‘Wees niet verbaasd. Je droeg niet alleen de hele wereld, je had de schepper van het universum op je schouders. Ik ben Christus, je Koning’. Het kind doopte hem en gaf hem de naam Christoffel, van het Grieks Christoforus, of Christusdrager.

 

De twee topwerken in deze zaal getuigen van twee verschillende beeldtradities rond de Heilige Christoffel. De eerste herinnert aan de Salvator Mundi uit de vorige zaal: Christus met het universum in zijn hand. De tweede sluit aan bij de traditie van de klassieke Grieks-Romeinse mythologie, met Atlas die de hemel op zijn schouders torst, uit de volgende zaal.

Zaal 1.J

Het universum in goddelijke handen: de Grieks-Romeinse traditie

De Griekse en de Romeinse oudheid vertellen en beschrijven het ontstaan en de verbeelding van het universum in talloze en alomtegenwoordige mythen. Een pantheon van goden en godinnen bevolkt de kosmos en regelt de ethische orde en het leven op aarde. Deze oeroude verhalen – bijvoorbeeld over het begin van het universum, de oorsprong van de Melkweg en de mythe van Atlas en Hercules – blijven tot ver in de 17e eeuw een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. De meesterwerken in deze afdeling zijn hiervan de stille getuigen. Ze weerspiegelen het geocentrische wereldbeeld, met de aarde in het centrum van het heelal. Dat model van het universum kwam voort uit het werk van de Griekse geleerden als Aristoteles uit de 4e eeuw v.C. en Claudius Ptolemaeus uit de 1e en 2e eeuw van de christelijke tijdrekening.

Zaal 1.K

De Grote Erfenis: de Europees-Arabische verbeelding van het universum

Het was de Griekse astronoom Ptolemaeus uit Alexandrië die omstreeks 150 n.C., mede op gezag van voorgangers zoals Aristoteles, het geocentrisch model van het universum wetenschappelijk vastlegde. In zijn traktaat De Almagest is de Aarde een bol die zich in het centrum van de kosmos bevindt. De Maan, de planeten, de Zon en de vaste sterren draaien er in cirkels omheen. Dat was het basisconcept van het heelal dat vrij algemeen tot diep in de 16e eeuw standhield. Het model leverde een bruikbaar systeem om de stand van hemellichamen met enige zekerheid te kunnen voorspellen.

 

Het Aristotelisch-Ptolemeïsche model is eeuwenlang van generatie op generatie overgeleverd. De kostbare manuscripten in deze zaal tonen dat aan. De geocentrische verbeelding van het universum vond steun in de christelijke opvatting over de schepping. Bovendien vertaalden en verspreidden Arabische astronomen en wiskundigen al bijna duizend jaar geleden de inzichten van de Griekse geleerden. Ze leverden vooral ook nieuwe kennis aan door de bewegingen van de hemellichamen nauwkeurig te observeren en de Griekse astronomie te corrigeren. De Islamitische sterrenkunde kwam Europa binnen via Byzantium, Spanje en Zuid-Italië, dankzij verscheidene naar het Latijn vertaalde Arabische teksten. Ook een aanzienlijk deel van de klassiek Griekse astronomische wetenschap werd uit het Arabisch naar het Latijn omgezet en bereikte via deze weg West-Europa.

Zaal 1.L

Het universum op mensenmaat

Macro- en microkosmos zijn twee aspecten van de oud-Griekse theorie die de mens en zijn centrale plaats in het heelal beschrijven. De individuele mens is de ‘kleine wereld’ (microkosmos) en weerspiegelt de ‘grote wereld’ of het universum (macrokosmos). Kosmos staat in deze theorie voor de ‘harmonische ordening of samenhang van de onderdelen in een organisch systeem’. Gebeurtenissen en fenomenen die worden waargenomen in de macrokosmos, beïnvloeden bijgevolg de microkosmos. De idee dat macro- en microkosmos innig met elkaar zijn verbonden, werd al verwoord en verbeeld in de Mesopotamische, de Egyptische en de Griekse Oudheid.

 

Voor de astrologen waren de planeten de vertegenwoordigers van de wil van de goden. Zij zagen in de stand van de hemellichamen voortekens van gebeurtenissen die op aarde zouden plaatsvinden en brachten Zons- en Maansverduisteringen en de stand van planeten in direct verband met het lot van een gebied of een individu. Het fenomeen van de horoscoop, waarbij men de toekomst voorspelt op basis van de waarneming van het hemelgewelf op het tijdstip en de plaats van iemands geboorte, is daar een toepassing van. Het geloof in deze analogieën blijft tot vandaag gemeengoed, al boetten ze in de loop van de 18e eeuw aan geloofwaardigheid in.

Zaal 1.M

Met andere ogen

De eeuwige verwondering over de grootsheid van het universum was en is nog altijd de sterkste impuls om oude opvattingen voortdurend aan nieuwe denkbeelden te toetsen en de verbeelding van het universum te verfijnen en bij te stellen.

 

In 1543 formuleerde Copernicus het eerste wiskundig model waarin de aarde en de andere planeten in cirkelbanen om de Zon draaien. De Zon was voor hem het middelpunt van het hele universum. Meer dan een halve eeuw later verbeterde Kepler het model, zodat het met grote precisie de bewegingen van de planeten kon beschrijven. In 1610 bevestigde Galilei met de eerste waarnemingen door een telescoop, de visie van Copernicus. De zwaartekrachttheorie van Newton ruimde in 1687 de laatste bezwaren tegen het heliocentrisme op. Newton toonde aan dat hemellichamen elkaar aantrekken.

 

Door de visionaire verbeelding van Copernicus, het nauwgezette rekenwerk van Kepler, de telescopische waarnemingen van Galilei en de fundamentele theorieën van Newton kreeg een ander beeld van de kosmos gestalte. De mens bedacht hiermee voor zichzelf een nieuwe plaats in het universum.

 

In deze zaal zijn de grootste wetenschappelijke prestaties van de 16e en 17e-eeuwse Westerse astronomen samengebracht. Ze zijn symbolisch geordend rond de lens van de telescoop waarmee Christiaan Huygens in 1655 zijn waarnemingen deed. Op de lens liet hij het vers van de Romeinse dichter Ovidius graveren: Admovere Oculis Distantia Sidera Nostris - “Zij brachten de verre sterren dichter bij onze ogen”.

Zaal 2.B

Alexis Gautier

Zonsopgang, een auto snelt achteruit door de straat, lichten uit. Terwijl hij snel om de hoek verdwijnt, volg ik hem in gedachte door de smalle straatjes. Er komt rook uit de licht geopende ramen - het is geen brand, maar alsof er een rookmachine in de auto staat. Bij de fruitwinkel remt hij af en stopt. Terwijl de motor hapert en wacht, zet de besnorde chauffeur zijn hiel op de verharde weg en loopt langzaam naar de stal. Hij pakt vier sinaasappels en snijdt een vijfde doormidden. Hij gaat terug naar de auto en steekt voorzichtig een sinaasappel door elk open raam, stevig tussen het glas en het frame. Met een halve sinaasappel in zijn hand loopt hij langzaam om de auto heen en drukt het fruit er stevig tegenaan. Erin knijpend terwijl hij loopt, laat het een kringelend sappig spoor achter boven de wielen. Terwijl hij in rondjes slippend zijn banden opbrandt, verdwijnt hij om de volgende hoek, een geur van verbrand rubber achterlatend.

 

Alexis Gautier kiest in zijn artistieke praktijk vaak voor een collectieve insteek. Vanuit een interesse in de manieren waarop mensen of zaken onderling verbonden zijn, schept hij met variërende protagonisten een oeuvre gebaseerd op een wederzijds engagement. Hij lokt ontmoeting en dialoog uit, onderzoekt de impact van relaties en hoe die verstrengeld zijn. In M verkent hij grenzen en ambiguïteiten tussen feit en fictie, vrijheid en loslaten van de totale controle over zijn eigen werk. De tentoonstellingsruimte zou je kunnen zien als een filmset waarin een verzameling nieuwe werken getoond worden, ontstaan vanuit een collectieve fictie.

 

Curator: Eva Wittocx 

 

Een samenwerking met CIAP Genk