Welkom terug in M

We hebben een veilig parcours voor jou uitgestippeld. Je krijgt zoveel ruimte, dat het lijkt alsof je de kunst voor jou alleen hebt. Het parcours zal je leiden langs de de collectiepresentaties ‘Alles voor de vorm’ en ‘De Taal van het Lichaam’, onze nieuwe tentoonstelling ‘Rodin, Meunier & Minne’ en de solotentoonstelling van Angolees kunstenaar Kiluanji Kia Henda.

 

Begeleidende teksten worden hieronder voorzien. Als je toch liever een papieren exemplaar op zak hebt kan je ze hier downloaden om af te drukken.

 

Geniet van M voor jou alleen en deel je ervaring met #mleuven.

Zalen O.I - O.H - O.G

Alles voor de vorm

Hoe maak je indruk op voorname gasten? Eeuwen geleden deden verzamelaars dat door hun kostbaarste kleinoden te presenteren in luxueuze pronkkabinetten. In de 19de-eeuwse salons van burgemeester Leopold Vander Kelen en zijn echtgenote Maria Mertens ontdek je schatten uit onze verzameling toegepaste kunsten. Wij nodigen jou hier uit om gebruiksvoorwerpen anders te bekijken.

 

De functie, materialen en de vorm van objecten staan in de kijker. Hoe gebruik je een molenbeker? Waarvoor dient een samovar? Sinds wanneer eten we met een vork? En welke boodschap kun je vertellen je met een waaier?

De informatie over het materiaal, de maker en de datering ontbreekt bij de objecten. Vertrouw op je eigen ogen. Wat kun je zelf afleiden door de vorm of het materiaal van een object goed te bekijken?

Zet je zintuigen op scherp: kijk en ontdek meer over de vorm, functie en materialen van de objecten.

 

Ga in de zalen op zoek naar vragen die aanzetten tot reflectie en laat je verbeelding de vrije loop.

Zalen 1.F - 1.E - 1.D - 1.C

De Taal van het Lichaam

Het menselijk lichaam is al van oudsher een geliefd onderwerp in de beeldende kunsten. Lichamen zijn in de beeldende kunsten zowel onderwerp als betekenisdrager. Voor performancekunstenaars is het eigen lichaam zelfs een medium op zich.

 

Hoe brengen kunstenaars het lichaam in beeld? Hoe gebruiken ze het lichaam om een boodschap over te brengen? Kunnen wij die houdingen en gebaren wel correct ontcijferen en wat beïnvloedt onze lezing van lichaamstaal? Deze en andere vragen verkennen we aan de hand van oude én hedendaagse werken uit de M-collectie.

 

We laten ook vier professionals aan het woord die in het dagelijks leven rond lichaamstaal werken. Ze laten je door hun bril meekijken naar de vele facetten van lichaamstaal.

 

Voel je je geïnspireerd door de houdingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen? Deel dan jouw persoonlijke impressies en favorieten via #detaalvanhetlichaam #lelangageducorps #bodylanguage

 

Met werken uit de Cera-collectie.

Met de steun van Bank Delen en M-LIFE.

Zalen 1.J - 1.K - 1.L - 1.M

Rodin, Meunier & Minne

Drie visies op de middeleeuwen

Het einde van de 19de eeuw markeert het begin van een revolutie die zal leiden tot de moderne beeldhouwkunst. Kunstenaars zetten zich meer en meer af tegen de klassieke academische beeldhouwkunst en ontwikkelen een hoogstpersoonlijke vormentaal. Een van de inspiratiebronnen voor deze vernieuwing is de kunst uit de middeleeuwen.

 

Auguste Rodin (1840 – 1917), Constantin Meunier (1831 – 1905 ) en George Minne (1866 – 1941) zijn voortrekkers in deze revolutie. Elk heeft zijn eigen benadering om elementen over te nemen van beelden uit de middeleeuwen en te integreren in zijn vormentaal. 

 

Werken van Rodin, Meunier en Minne worden in deze presentatie geconfronteerd met beelden uit de middeleeuwen. Ze geven een inkijk op de opmerkelijke en soms onverwachte parallellen tussen beiden. Dit komt ook tot uiting in de citaten van kunstcritici die je verspreid over de tentoonstelling kunt vinden.

 

Naast de vormentaal zijn ook middeleeuwse thema’s als rouw, verlies en afscheid een bron van inspiratie voor de drie beeldhouwers. Hieruit volgde de keuze om samen te werken met een aantal dichters. Zij maakten speciaal voor deze tentoonstelling gedichten geïnspireerd op de beelden. Deze gedichten zijn te beluisteren op de audiogids of op deze pagina.

De herontdekking van de middeleeuwen

Tijdens de 18de eeuw start de herontdekking en fascinatie voor de middeleeuwen. Literatuur en architectuur stimuleren deze vernieuwde interesse. De Engelse schrijver Horace Walpole (1717 -1797) laat zijn villa Strawberry Hill optrekken als een middeleeuws kasteel. Met zijn boek The Castle of Otranto, a Gothic Story ontwikkelt hij de Gothic Novel. Een genre dat in de 19de  eeuw veel succes kent, denk maar aan Bram Stokers (1847 -1912)  Dracula of Mary Shelley’s (1791 -1851) Frankenstein.

 

In de eerste helft van de 19de eeuw zoekt de romantische beweging, als reactie tegen het rationalisme, haar inspiratie in de mystiek van het middeleeuwse Europa. Boeken zoals De klokkenluider van de Notre Dame van Victor Hugo (1802 -1885) of Génie du christianisme van François-René de Chateaubriand (1768 -1848) wakkeren in heel Europa de interesse voor dit tijdperk verder aan.

 

Na verloop van tijd volgen ook wetenschappelijke boeken. Zo publiceren Emile Mâle (1862 – 1954) en Eugène Viollet-le-Duc (1814 – 1879) overzichtswerken over de kunst van de middeleeuwen. Hierdoor ontstaat er een meer objectieve blik op de middeleeuwse beeldtaal.

 

Dit alles inspireert ook 19de-eeuwse architecten, kunstenaars en vormgevers. Van hieruit wordt tevens de start van een neogotische kunstproductie ingeluid.

Constantin Meunier: tussen traditie en vernieuwing

Vandaag kennen we Constantin Meunier (1831 – 1905) als een sociaal bewogen beeldhouwer. Een groot deel van zijn carrière schildert hij echter burgerlijke en religieuze thema’s in een neogotische en realistische traditie. Zijn retraites bij de paters trappisten in Westmalle illustreren zijn hang naar religieuze spiritualiteit.

 

Vanaf de jaren 1880 evolueert Meunier richting beeldhouwkunst. Religieuze onderwerpen ruilt hij in voor sociaal-geïnspireerde thema’s. Hiervoor grijpt hij vaak terug naar middeleeuwse voorstellingen uit de kunstgeschiedenis. Aan religieuze motieven geeft hij een contemporaine inhoud.

 

Een voorbeeld hiervan is Het Grauwvuur. Het beeld toont een treurende moeder bij haar overleden zoon na de mijnramp in de steenkoolmijn van La Boule in de Borinage (1887). De voorstelling van de moeder die haar zoon beweent, doet denken aan een traditionele voorstelling uit de kunstgeschiedenis van de Piëta, de bewening van Christus door Maria. De relatie met dit beeldtype wordt extra benadrukt door de lendendoek van de naakte zoon en de wonden in zijn zijde. Ook het feit dat de zoon liggend is weergegeven grijpt terug tot op middeleeuwse voorstellingen van de Piëta en Christus in het graf. Traditie en actualiteit komen samen in het beeld. Net als bij de traditionele Piëta, vraagt Meunier ook de toeschouwer om medeleven met het lijden van de moeder om de dood van haar zoon.

George Minne: een spiritueel leven verbeeld

George Minne (1866 – 1941) wordt tijdens zijn leven al omschreven als een ‘gotische ziel’. De invloed van de middeleeuwen is dan ook onmiskenbaar aanwezig in zijn werk en de relatie tussen zijn oeuvre en de middeleeuwen is veelvuldig.

 

Minnes beelden herinneren aan de lichamen afgebeeld door de Vlaamse Meesters. Hij toont het menselijke lichaam op een frêle, haast ijle wijze, in tegenstelling tot de krachtige lichamen van Rodin en Meunier. Ook iconografisch put Minne inspiratie uit de middeleeuwen. Zo is De Waterzakdrager  afgeleid van de iconografie van Johannes de Doper. Het thema van moeder met kind, een thema dat veelvuldig in zijn werk aanwezig is, verwijst dan weer naar afbeeldingen en beelden van middeleeuwse Madonna’s.

 

Naast zijn werk als beeldhouwer maakt Minne ook boekillustraties voor de symbolisten Maurice Maeterlinck (1862 -1949) en Emile Verhaeren (1855 -1916). Net zoals Minnes illustraties, vertonen ook de teksten duidelijk een hang naar de middeleeuwen.

Auguste Rodin: vrijheid van expressie

In zijn werk Les cathédrales de France (1914) verwijst Auguste Rodin (1840 -1917) naar de middeleeuwse beeldmakers als zijn ware meesters. Hij is vooral geïnteresseerd in de kunst van de late Middeleeuwen. In tegenstelling tot de kunst van de 13de eeuw, die alleen de verlichte kanten van het christendom behandelt, heeft de kunst van de 14de tot de 16de  eeuw lijden en pijn als hoofdonderwerp.

 

Les Bourgeois de Calais en Le Christ et la Madeleine zijn Rodins artistieke hoogtepunten. Ze komen tot stand tijdens zijn reizen in Frankrijk, België en Italië waar hij de voorstellingen van de lijdende Christus in de late Middeleeuwen bestudeert.

 

Door de aspecten van het lijden te weigeren te verzachten, verschilt Rodins kunst zowel van het heroïsche artistieke concept van de Griekse Oudheid, dat afwijzend stond ten opzichte van de aantasting van het evenwicht van het menselijk lichaam door extreme voorstellingen van pijn, als van het 19de -eeuwse schoonheidsideaal dat de Academie voor Schone Kunsten vertegenwoordigde.

Rodin verdedigt een persoonlijk standpunt in de discussie rond de esthetiek van het lelijke dat onder meer door Eugène Delacroix (1789 - 1863) en Charles Baudelaire (1821 - 1867) in de 19de eeuw werd geopperd. Volgens Rodin bestaat het lelijke niet in de natuur; het verschijnt enkel in het kader van een artistieke creatie die de natuur tracht te idealiseren. Net als voor de middeleeuwse kunstenaars is voor Rodin de studie naar de natuur het enige uitgangspunt. Door deze principes te respecteren heeft Rodin zijn Burgers van Calais en het Monument voor Balzac gecreëerd, die beide werden bekritiseerd omwille van hun "lelijke" expressie.

Pleurants: middeleeuwse én moderne iconen

De pleurant is één van de meest iconische thema’s uit de middeleeuwen. Vanaf de 13de eeuw worden deze figuren onderdeel van de praalgraven van de Franse en Bourgondische hoge adel. Ze blijven in gebruik tot de 16de eeuw.

 

Pleurants zijn rouwende figuren die, meestal in gebed verzonken, de overledenen lijken te begeleiden in een processie. Door hen aan het graf toe te voegen is de dode er zeker van dat hij of zij ook na het overlijden herdacht zou worden. Dit idee kadert in de Ars Moriendi of de kunst van het Goede Sterven, een belangrijk idee in de late middeleeuwen.

 

Het is niet verwonderlijk dat deze expressieve beelden een grote invloed uitoefenen op kunstenaars van de 19de eeuw. Zo weten we dat Auguste Rodin niet alleen studies maakt van pleurants in Parijse musea, maar zelfs een pleurant van de tombe van de Duc de Berry in zijn eigen collectie had.

 

De figuren van de Bourgeois de Calais van Rodin tonen zichtbaar overeenkomsten met de middeleeuwse pleurants. Ook de Drie vrouwen bij het graf van Minne en Droefenis van Meunier zijn duidelijk gebaseerd op dit beeldtype.

Zalen 2.A - 2.B

Kiluanji Kia Henda

Kiluanji Kia Henda (°1979, Luanda, Angola) onderzoekt op een unieke en uitdagende manier hedendaagse maatschappelijke kwesties en zet zo aan tot kritisch denken. Zijn werk behelst een breed scala aan thema’s – onder andere politiek, identiteit en de complexe relatie tussen Afrika en het Westen – die vaak op een poëtische of satirische manier worden aangesneden. De kunstenaar maakt hoofdzakelijk gebruik van fotografie, video en installaties, stuk voor stuk aanwezig in deze eerste Belgische solotentoonstelling.

 

Kia Henda groeide op in Angola tijdens de burgeroorlog na de onafhankelijkheid. Zijn kunst is geworteld in de geschiedenis van zijn land, maar is ook het resultaat van een mondiaal traject, aangezien Angola al eeuwenlang gevormd wordt door buitenlandse invloeden, van de Portugese kolonisatie tot de steden die er vandaag door China worden gebouwd. Het werk van de kunstenaar is doordrongen van dit mondiale aspect en legt de machtsdynamiek tussen landen en continenten bloot, met inbegrip van de verschillende instrumenten die worden gebruikt om macht af te dwingen.

 

Hoewel hij begon als autodidactisch straatfotograaf, ontgroeide Kia Henda zijn oorspronkelijke documentaire aanpak ten voordele van steeds universelere verhaallijnen. Het ondermijnen van de geschiedenis en het verweven van fictieve elementen met feiten leidde tot nieuwe creatieve mogelijkheden, vol humor en ironie. Zo stichtte de kunstenaar een denkbeeldige organisatie met de naam O.R.G.A.S.M. (Organisation of African States for Mellowness, 2011-2013) en presenteerde hij fotografisch bewijs van een Angolese ruimtemissie naar de zon die nooit heeft plaatsgevonden (Icarus 13, 2008).

 

In M vult de kunstenaar twee zalen met zowel recent als ouder werk. Hoewel de tentoongestelde kunstwerken erg verschillend zijn qua vorm, verrassen ze en zetten ze ons ertoe aan om vragen te stellen bij wat we zien en verder te kijken dan de schijn. De politieke ondertoon toont zich via een aantal hedendaagse thema’s: migratie, uitsluiting en de relatie tussen natuur en cultuur. Doordat de geopolitieke verwijzingen suggestief blijven en de vormentaal naar abstractie neigt, krijgen de vragen die Kiluanji Kia Henda opwerpt een universele, tijdloze dimensie.

 

Curator: Eva Wittocx

2.A The Isle of Venus, 2018

In het midden van de stad toont de kunstenaar ons een eiland, al gaat het hier om een industrieel eiland met betonblokken, een echo van de gebouwen buiten. De roep van een sirene trekt onze aandacht wanneer we geconfronteerd worden met de bewoners van het eiland in de vorm van kleine witte beeldjes. Hun kleurrijke verschijning en gladde textuur staan in contrast met de ruwe omgeving en voegen zo wat vrolijkheid en speelsheid toe aan het grijze ensemble genaamd The Isle of Venus. De titel is ontleend aan een canto uit Camões’ De Lusiaden, het beroemde Portugese epische gedicht ter ere van de ontdekkingsreizen van Vasco da Gama. Camões’ mythische eiland nodigde de Portugese zeelui uit voor een liefdesfeest met oceaannimfen.

 

Kiluanji Kia Henda’s eiland blijkt iets minder gastvrij – de titel is ironisch. De sirenezang blijkt het Angolese lied Monami te zijn, over een moeder die treurt om het verlies van haar kind, een beklijvende weergave van verdriet en machteloosheid, die op gezette tijden doorbroken wordt door witte ruis. Voor de felle kleur van de beeldjes zorgen de condooms (camisas-de-vênus in het Portugees, letterlijk ‘venushemden’), tekens van afscheiding en steriliteit. Onder deze bescherming herkennen we replica’s van beroemde beelden uit de Europese kunstgeschiedenis, zoals de Venus van Milo en David. We bevinden ons niet voor een liefdeseiland, maar voor een troosteloos fort met een bakstenen muur die oprijst om de schatten te beschermen.

 

Een plek achter slot en grendel omringd door de zee, het verlangen om monumenten en bij uitbreiding de Europese kunst en cultuur ‘onaangeroerd en onbedorven’ te houden... Wat we hier zien, roept vragen op over de houding van sommige Europese landen ten opzichte van migranten die de Middellandse Zee oversteken en die beschouwd worden als vreemde elementen die buitengehouden moeten worden.

 

Een reeks foto’s aan de muur duidt herhaaldelijk op het inherente gevaar. Zwarte rechthoeken wissen delen van de zee uit en suggereren zinloosheid en dood. De aanwezigheid van deze rechthoeken kan ook geïnterpreteerd worden als een vorm van censuur. Onze positie tussen het onbereikbare eiland en de uitgewiste, al te veelzeggende foto’s is een uitnodiging om een standpunt in te nemen.

2.A Mare Nostrum (Black Birds), 2019

Op het eerste gezicht doet deze monumentale compositie abstract aan, met een reeks monochrome vierkanten en onregelmatige gitzwarte vlakken. Bij nader inzien ontwaren we op de achtergrond een berglandschap. De vouwen en plooien van het natuurlandschap staan in contrast met de schijnbaar artificiële zwarte vormen die zwarte vogels of hun schaduwen oproepen. Verrassend genoeg zijn deze zwarte silhouetten niet digitaal in de beelden geïntegreerd. In werkelijkheid zijn het grote stukken zwarte stof gedrapeerd over witte zoutmijnen, en gefotografeerd door de kunstenaar in de Camargue, een mediterraan overstromingsgebied in Frankrijk.

 

De poging om een zwarte entiteit in een wit landschap te integreren is bijzonder symbolisch. Het verwijst naar de migranten die de Middellandse Zee oversteken richting Europa. Vanuit dit perspectief komen de zoutmoerassen over als onoverwinnelijke bergen die een als vreemd beschouwd element tegenhouden. Het kruisvormige kleurenspectrum, tussen wit en zwart, bevat verschillende grijstinten en roept ons op om een dichotomisch wereldbeeld af te wijzen.

 

De titel van het werk zet aan tot verdere reflectie. De Latijnse term Mare Nostrum (‘Onze Zee’) werd door de Romeinen gebruikt om ‘hun’ Middellandse Zee aan te duiden en zo een natuurelement tot eigendom uit te roepen. Het is ook de naam die door de Italiaanse regering werd gebruikt voor een militaire zee- en luchtactie die een jaar duurde en de migratie diende te beheersen. Zoals vaak het geval is in het werk van Kiluanji Kia Henda fungeert de historische referentie als een commentaar op een hedendaagse kwestie, hetgeen ons aanmoedigt om naties, grenzen en de daaruit voortvloeiende spanningen in vraag te stellen.

Ingang 2.B The Geometric Ballad of Fear, 2019

In deze fotoserie zijn kustlandschappen bedekt met geometrische motieven, waardoor ze naar de achtergrond verdwijnen. Hoewel het monochrome kleurenschema een egaliserend effect heeft, volstaat het niet om het contrast tussen het artificiële oppervlak en de natuurlijke wereld waarvan het ons scheidt te verminderen.

 

De kustfoto’s zijn door Kiluanji Kia Henda gemaakt tijdens een residentie op Sardinië. Door de beelden digitaal te veranderen en een repetitief decoratief patroon aan te brengen maakt hij van het eiland een onbereikbare plek. De zwart-witfotografie versterkt het gevoel van een onoverbrugbare afstand.

 

Met de overtochten van de migranten in het achterhoofd krijgt het rasterachtige patroon een nieuwe betekenis. Zo bezien wordt de Middellandse Zee als natuurlijke grens onoverbrugbaar gemaakt door middel van tralies die door de mens zijn gemaakt en die de ontoegankelijkheid van het eiland versterken.

 

De tralies zijn niet minder aanwezig omdat we weten dat ze afwezig zijn in de natuur. Zijn de diepst verankerde grenzen niet altijd een product van onze geest? De angst waarop in de titel wordt gezinspeeld, verwijst naar de emotie die bij een gevaarlijke reis komt kijken. Tegelijkertijd is het een aanklacht tegen een van de drijvende krachten achter de beslissing van de mens om grenzen te trekken die in wezen mentaal zijn, en ze vervolgens in stand te houden.

2.B Paradise Metalic, 2014, duur 24’40”

De Nederlandse en Franse vertalingen van de Engelse tussentekst in de video kan je hier bekijken.

 

In deze vierkanaals video-installatie, het vroegste werk van de kunstenaar dat in M te zien is, worden we uitgenodigd om samen met de mysterieuze figuur ‘De Man Met De Schop’ op reis te gaan langs visioenen en ontwakingen. Of is het één lange droom? In deze visuele vertelling is het moeilijk om de grens te trekken tussen feit en fictie. De Man Met De Schop volgt zonder meer zijn verbeelding. Vanaf het begin is zijn doel duidelijk: zijn ideale stad bouwen in het midden van de woestijn.

 

Bij een eerste poging om zijn territorium af te bakenen zet De Man Met De Schop een cirkel uit in het zand. Deze voorlopige grens wordt opgeslokt door de woestijn. Een tweede poging is het optrekken van een bakstenen muur, letterlijk gebouwd op mensenmaat. Dit blijkt niet alleen tevergeefs, maar heeft ook destructieve gevolgen. Uiteindelijk laat De Man zijn assistenten een metalen structuur bouwen en past hij het landschap aan ‘aan zijn eigen wensen’. Het is veelzeggend dat het om een erg grafische, lege constructie gaat met een zekere virtuele kwaliteit.

 

Zijn we net getuige geweest van een duel tussen de mens en de natuur? In deze allegorie overheerst de machtsstrijd. Paradise Metalic roept ons op om na te denken over wat de gevolgen zijn als we iets proberen op te leggen zonder rekening te houden met de werkelijkheid, in dit geval een door de mens gemaakte constructie die aan de woestijn wordt opgedrongen. De metalen skyline die uit het zand oprijst, symboliseert futuristische steden die haaks staan op hun omgeving. Deze kunstmatige nederzettingen zijn gemakkelijk te kopiëren, een knip-en-plakeigenschap die wordt benadrukt door de visuele veelvoudigheid aan de muur.

 

Dubai komt in ons op als het archetype van dit soort stedenbouw en architectuur dat zich over de hele wereld heeft verspreid. Kiluanji Kia Henda was van dichtbij getuige van dit fenomeen in Luanda, zijn woonplaats in Angola, waar de door China gebouwde satellietstad Kilamba lang een spookstad bleef. Angola was voor de kunstenaar ook op een ander niveau een inspiratiebron. Het uitzetten van de lijnen in het begin van de video en de contouren van de constructie doen denken aan traditionele Sona-tekeningen (ideogrammen in het zand) en benadrukken Kiluanji Kia Henda’s toe-eigening van lokale elementen om universele verhalen te vertellen.