M voor jou alleen

Welkom terug in M

We hebben een veilig parcours voor jou uitgestippeld. Je krijgt zoveel ruimte, dat het lijkt alsof je de kunst voor jou alleen hebt. Het parcours zal je leiden langs de de collectiepresentaties 'Neem je Tijd', 'Bewogen', 'Waanzin', ‘Alles voor de vorm’, 'De Zeven Sacramenten' en ‘De Taal van het Lichaam’. Vanaf 09.10 kan je ook de nieuwe tentoonstellingen 'HOUSE OF CARD' van Thomas Demand en 'Fair Game' van Ericka Beckman ontdekken.

 

Begeleidende teksten worden hieronder voorzien. Als je toch liever een papieren exemplaar op zak hebt kan je ze hier downloaden om af te drukken.

 

Geniet van M en deel je ervaring met #mleuven.

Zaal 0.A

Neem je tijd

In een museum lijkt de tijd stil te staan maar niets is minder waar. Voor elk kunstwerk is tijd een essentieel element. Sommige kunstwerken vertellen iets over de tijd zelf, zoals de kalenderwijzerplaat of een vanitasstilleven, waarin tijd expliciet of symbolisch wordt weergegeven. Andere werken vertellen verhalen. Een verhaal speelt zich altijd af binnen een bepaalde tijd: de vertelde tijd. Soms gaat het verhaal over een reis die weken heeft geduurd, soms over een vluchtig moment. Eeuwenlang en nog steeds werken kunstenaars visuele strategieën uit om dit tijdaspect weer te geven in hun werken.

 

Daarnaast heeft een kunstwerk ook een bepaalde tijd om het verhaal te vertellen: de verteltijd. In film en video installaties is die tijd de lengte van de projectie. In andere kunstwerken, eerder ‘statische’ objecten zoals beelden of schilderijen, lijkt dit afwezig. De verteltijd wordt hier bepaald door de kijker, de tijd die hij of zij neemt om te kijken. Soms kijken we slechts een ‘ogenblik’, soms heel lang. Onderzoek wees uit dat museumbezoekers gemiddeld 28,63 seconden voor een schilderij staan, inclusief selfies nemen.

 

Deze presentatie nodigt jou uit om het aspect tijd te ontdekken in de kunst. Niet alleen hoe kunstenaars zelf met tijd hebben gewerkt in hun realisaties, maar ook om te ontdekken hoeveel tijd je zelf gebruikt om te kijken. We nodigen je uit om bewust te worden van tijd die jij nodig hebt om te kijken en gedetailleerd(er) te kijken.

 

De hedendaagse werken in deze presentatie zijn afkomstig uit de Cera-collectie bij M. 

Zalen 0.B - 0.C

Bewogen

Heb jij wel eens samen met je klasgenoten urenlang achter een heilige aan gelopen met een paar vleugels op je rug gebonden? Jezus aangekleed, in slaap gewiegd of in zijn graf gelegd? Of je beste juwelen geofferd aan een bloedende hostie? Tijden veranderen… Tot niet zo lang geleden speelde in het christelijke westen de religie een belangrijke rol in het dagelijkse leven van de doorsnee mens. Men leefde op veel beperktere geografische schaal. Kerkelijke feestdagen en rituelen bepaalden de kalender en brachten gemeenschappen bij elkaar.

 

De rijke en diverse collectie van M Leuven wordt sinds 2017 op regelmatige basis gewisseld in themapresentaties om zo nog meer verhalen te kunnen vertellen. Veel objecten uit de collectie hebben een religieuze oorsprong en zijn afkomstig uit lokale kerken en kapellen.

 

Deze tentoonstelling zoomt in op religieuze kunst- en erfgoedobjecten gemaakt om letterlijk en figuurlijk te bewegen, van de wieg tot het graf. Aan de hand van drie overkoepelende thema’s – processie, bedevaart en devotie – brengt deze presentatie ongewone voorwerpen samen die vroeger functioneerden in religieuze rituelen: aangeklede en bewegende beelden, garderobe en accessoires van heiligenbeelden, relieken en hun cultusvoorwerpen, processie-uitrusting en huisaltaren, … Vaak fragiel, tactiel, kostbaar en ambachtelijk van aard zijn het stuk voor stuk bijzondere voorwerpen die zowel publiekelijk als achter gesloten deuren een intense geloofsbeleving stimuleerden en door hun beweging mensen spiritueel bewogen. 

 

De context en gebruiken van de beelden zijn vaak verloren gegaan. Daarom geven de audiotour en labels meer context bij deze verloren gebruiken. Daarnaast opent deze presentatie met beelden van gelijkaardige tradities, wereldwijd én hedendaags.

Zaal 0.D

Waanzin. Students at M.

Welkom. In deze zaal zal je waanzin vinden.

 

In deze moeilijke tijd stoten we allemaal dagelijks op waanzinnige grenzen. Wij, tien studenten, vonden in M een plek om onszelf uit te dagen en onbekende paden te betreden.  Onze expo toont de vele gezichten van waanzin die we in kunst ervaarden.

 

Ieder van ons reikt je een zienswijze aan waarin je zal kunnen dwalen. De waanzin zal soms ontroeren. Soms zal hij provoceren en daarmee de ‘mad (wo)man’ in je naar boven halen. Hij zal de advocaat van de duivel spelen en zo je perceptie onderuithalen. Hij zal waanbeelden op je afsturen en je enkele stereotypen doen verlaten. En toch bood waanzin vrijheid om ons verhaal te vertellen.

 

We zijn benieuwd of je als bezoeker hierin wil meestappen en je eigen weg wil zoeken.

 

We hebben waanzin gezocht. Vind je met ons de kunst in waanzin?

 

Met dank aan onze restauratiepartners Delen Private Bank en M-Life.

Zalen O.I - O.H - O.G

Alles voor de vorm

Hoe maak je indruk op voorname gasten? Eeuwen geleden deden verzamelaars dat door hun kostbaarste kleinoden te presenteren in luxueuze pronkkabinetten. In de 19de-eeuwse salons van burgemeester Leopold Vander Kelen en zijn echtgenote Maria Mertens ontdek je schatten uit onze verzameling toegepaste kunsten. Wij nodigen jou hier uit om gebruiksvoorwerpen anders te bekijken.

 

De functie, materialen en de vorm van objecten staan in de kijker. Hoe gebruik je een molenbeker? Waarvoor dient een samovar? Sinds wanneer eten we met een vork? En welke boodschap kun je vertellen je met een waaier?

De informatie over het materiaal, de maker en de datering ontbreekt bij de objecten. Vertrouw op je eigen ogen. Wat kun je zelf afleiden door de vorm of het materiaal van een object goed te bekijken?

Zet je zintuigen op scherp: kijk en ontdek meer over de vorm, functie en materialen van de objecten.

 

Ga in de zalen op zoek naar vragen die aanzetten tot reflectie en laat je verbeelding de vrije loop.

 

Met werken uit de Cera-collectie.

Zaal 0.F

De Zeven Sacramenten

Je hebt wellicht al wel eens gehoord van de zeven sacramenten: zeven gewijde handelingen binnen het katholieke geloof, die ingesteld zouden zijn door Jezus Christus zelf. De sacramenten staan symbool voor de belangrijkste overgangsrituelen in het leven van de gelovigen, waarmee ze hun band met God en met de religieuze gemeenschap versterkten. Het gaat om het doopsel, het vormsel, de biecht, de heilige communie of eucharistie, de priesterwijding, het huwelijk, en de ziekenzalving.

 

Deze zeven sacramenten bepaalden ooit de orde van het dagelijkse leven in katholiek Europa. Met sommige ervan kom je nog wel in aanraking: de kans bestaat dat je zelf gedoopt en gevormd bent, of al eens een doopsel of vormsel hebt meegemaakt. Misschien woon je soms ook een misviering bij, of ken je mensen die regelmatig ter communie gaan. Andere sacramenten zijn dan weer minder gangbaar. Heb je bijvoorbeeld ooit al de biecht afgelegd? Of weet je wat de ziekenzalving juist inhoudt?

 

Voor iemand uit het verleden zou het antwoord voor de hand liggen.

 

Bij elk sacrament hoort een bepaald ritueel of feest, met bijpassende liturgische objecten. Je ontdekt in deze kamer een aantal kunstvoorwerpen van de vijftiende tot de achttiende eeuw, die in functie stonden van de rituelen en gebruiken rond de zeven sacramenten – met als topstuk de Triptiek met de Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden (1399/1400 – 1464), een meesterwerk van de middeleeuwse kunst, dat sinds 2009 te gast is in M. Laat je blik dwalen over het schilderij en ontdek hoe de zeven sacramenten in de vijftiende eeuw beleefd werden.

Zalen 1.F - 1.E - 1.D - 1.C

De Taal van het Lichaam

Tot 09.10

Het menselijk lichaam is al van oudsher een geliefd onderwerp in de beeldende kunsten. Lichamen zijn in de beeldende kunsten zowel onderwerp als betekenisdrager. Voor performancekunstenaars is het eigen lichaam zelfs een medium op zich.

 

Hoe brengen kunstenaars het lichaam in beeld? Hoe gebruiken ze het lichaam om een boodschap over te brengen? Kunnen wij die houdingen en gebaren wel correct ontcijferen en wat beïnvloedt onze lezing van lichaamstaal? Deze en andere vragen verkennen we aan de hand van oude én hedendaagse werken uit de M-collectie.

 

We laten ook vier professionals aan het woord die in het dagelijks leven rond lichaamstaal werken. Ze laten je door hun bril meekijken naar de vele facetten van lichaamstaal.

 

Voel je je geïnspireerd door de houdingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen? Deel dan jouw persoonlijke impressies en favorieten via #detaalvanhetlichaam #lelangageducorps #bodylanguage

 

Met werken uit de Cera-collectie.

Met de steun van Bank Delen en M-LIFE.

Zalen 1.I - 1.H - 1.J - 1.L - 1.M - 2.A

Thomas Demand | 'HOUSE OF CARD'

Vanaf 09.10

Vormt het thema architectuur een onderwerp van Thomas Demands oeuvre? Of is het binnen zijn werk eerder een systeem om de ruimte mee vorm te geven? Die vragen liggen aan de basis van ‘HOUSE OF CARD’. De tentoonstelling plaatst architectuur voor het eerst expliciet in relatie tot Thomas Demands praktijk. Ze biedt een overzicht van zijn uiteenlopende benaderingen van bouwen uit de afgelopen vijftien jaar. 
Zo zijn Demands werken rond het model, rond decor of scenografie, maar ook zijn gebouwen onlosmakelijk verbonden met architectuur. Tegelijkertijd toont ‘HOUSE OF CARD’ de verwantschap tussen Demands projecten en die van andere kunstenaars of architecten zoals Martin Boyce, Arno Brandlhuber, Caruso St John en Rirkrit Tiravanija.

 

De titel ‘HOUSE OF CARD’ duidt op de precariteit van Demands praktijk als bouwer. Waar architectuur doorgaans rijmt met duurzaamheid, zoekt Demand eerder de grenzen op van het fragiele en het vluchtige, zoals in zijn gebruik van papier en karton. Het is met die materialen dat Demand in zijn studio levensgrote schaalmodellen nabouwt op basis van gevonden mediabeelden. Het zijn doorgaans getuigen van belangrijke gebeurtenissen uit een recent verleden. Met de camera legt hij zijn modellen vast, om ze daarna systematisch te vernietigen. Demands uiteindelijke fotografische beelden vertonen geen sporen van tijd of van het bouwproces, waardoor ze bewust een afstand inbouwen ten opzichte van de foto’s die ze in eerste instantie dienden weer te geven.

Zaal 1.I

Model (2000)

Een model is in de eerste plaats een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Het is een manier om de complexiteit van de maatschappij te filteren en te begrijpen. 
Denk bijvoorbeeld aan de politieke, medische of financiële modellen die het dagelijkse leven vormgeven. Het model, in de ruime betekenis van het woord, staat ook centraal in het werk van Thomas Demand. In ‘Model’ legt Demand die link voor het eerst expliciet bloot. Het is een foto van een schaalmodel dat op zijn beurt een ander schaalmodel voorstelt. In die zin vormt het een voorbode van de latere reeksen ‘Model Studies’.

 

‘Model’ is gebaseerd op de maquette van het Duitse Paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. Dat paviljoen was in opdracht van Adolf Hitler ontworpen door architect Albert Speer, en zou op de wereldtentoonstelling te zien zijn recht tegenover dat van de Sovjetunie. Dat bracht Speer ertoe om het gebouw net wat hoger te maken dan dat van de overburen – zo zou het Duitse paviljoen letterlijk en figuurlijk boven alle andere uittorenen. Het lage camerastandpunt in ‘Model’ versterkt de beladenheid van de structuur nog meer. Thomas Demand realiseerde zijn ‘Model’ in het jaar van de wereldtentoonstelling Expo 2000 in Hannover. Op dat ogenblik werd de bouw van nationale paviljoenen in Duitsland binnen het publiek debat sterk in twijfel getrokken, net omwille van de beladen voorgeschiedenis.

Zaal 1.H

Embassy (2007)

Thomas Demand regisseert in zijn foto’s nauwgezet de constructie en compositie van de ruimte. In ‘Embassy’ beperkt hij die constructie niet langer tot de foto. Het is de eerste installatie waarin hij zijn werk ook creëert voor een specifieke ruimtelijke setting die de betekenis van de beelden versterkt.

 

‘Embassy’ bestaat uit een reeks van negen foto’s die een portret schetsen van de ambassade van Niger in Rome; van de façade tot de gangen en het interieur. De beelden van ‘Embassy’ zijn voor het eerst geen gevonden foto’s uit de media. Ze zijn gebaseerd op Demands bezoek aan de ambassade. Daar vond in 2001 een diefstal plaats van valse documenten, waaruit moest blijken dat Saddam Hoessein als president van Irak uranium probeerde te verwerven van Afrika. Het waren deze documenten die later door George W. Bush gebruikt zouden worden om Hoessein te beschuldigen van het ontwikkelen van massavernietigingswapens – de aanzet voor de uiteindelijke Irakoorlog.

 

Voor ‘Embassy’ werkte Thomas Demand samen met de Duitse architect Arno Brandlhuber. Aan de hand van Brandlhubers architectuur en van Demands beelden wordt de bezoeker doorheen een constructie geleid, een manipulatie van een ongekend stukje recente geschiedenis. Zo brengt Demand actuele en controversiële thema’s als fake news binnen in zijn artistieke praktijk.

Gang naar 1.J

Model studies (2011-2020)

Sinds 2011 ontwikkelt Thomas Demand verschillende reeksen ‘Model Studies’: werken waarin het concept van het model centraal staat. Meer bepaald, het model als de fase tussen het abstracte idee en de concrete uitvoering. In ‘Model Studies’ neemt Demand afstand van zijn gangbare praktijk. Hij fotografeert voor het eerst niet zijn zelfgebouwde schaalmodellen, maar die van andere kunstenaars, architecten en ontwerpers. Vaak tonen deze modellen projecten die nooit gerealiseerd werden: ze illustreren een potentieel, een mogelijkheid.

 

Demands ‘Model Studies’ documenteren de eerder toevallige ontmoetingen van Demand met het werk van deze kunstenaars. Anders dan in het merendeel van zijn foto’s, is het standpunt van de camera er niet langer frontaal en vanop afstand, maar net erg dicht bij de verschillende modellen. Dat resulteert in beeldenreeksen die abstract en tactiel ogen door de getoonde texturen en materialen. 

 

In de volgende drie zalen zijn drie reeksen ‘Model Studies’ te zien. ‘Model Studies I’ (2011) is gebaseerd op de maquettes van de Amerikaanse architect John Lautner. Het wordt samen getoond met de sculptuur ‘Do Words Have Voices’ (2011) van de Britse kunstenaar Martin Boyce. Beide werken waren in 2012 voor het eerst samen als installatie te zien in de Biënnale van Architectuur in Venetië. ‘Model Studies II’ (2015) heeft als uitgangspunt het werk van het Japanse architectenbureau SANAA. De reeks wordt gecombineerd met door Thomas Demand gerealiseerd behangpapier, dat door de herhaling van een vouwmotief de ruimtelijke ervaring van de zaal beïnvloedt. Een derde zaal toont de meest recente reeks ‘Model Studies IV’ (2020), die teruggaat op het werk van de Tunesische modeontwerper Azzedine Alaïa.

Zaal 1.L

KVADRAT PAVILIONS (2020)

Enkele jaren geleden kreeg Thomas Demand van het textielbedrijf Kvadrat de open uitnodiging om bij hun hoofdzetel in het Deense Ebeltoft een architecturale ingreep te realiseren. Demands denkproces vertrok vanuit een even eenvoudig als picturaal idee: de tent als gebouw in textiel. In samenwerking met het Britse architectenbureau Caruso St John werkte hij die denkpiste vervolgens uit tot drie paviljoenen. Die kregen de vorm van respectievelijk een gevouwen blad papier, een bord en een papieren hoedje. Alle drie gebruiksvoorwerpen die de logica van papier en karton volgen, en dus in het verlengde liggen van Demands beeldende kunstpraktijk.

 

Deze zaal documenteert het ontstaansproces van de zogenaamde ‘Kvadrat Pavilions’, die momenteel in aanbouw zijn in Ebeltoft. Zo bevat de vitrine schetsen, papieren modellen van de gebouwen en postkaarten van tenten: een vorm van architectuur waarin Demand zich enige tijd verdiepte. Er zijn ook prototypes te zien van details uit het interieur, zoals deurklinken of lamphouders, ontworpen door Demand. Ten slotte toont een gipsen maquette de glooiingen van het landschap en de inplanting van de drie paviljoenen. 
 

Zaal 1.M

Nagelhaus (2010)

Tien jaar voor de ‘Kvadrat Pavilions’ werkten Thomas Demand en het Britse architectenbureau Caruso St John al samen aan ‘Nagelhaus’. Dat voorstel voor de publieke ruimte was oorspronkelijk bestemd voor de Escher-Wyss-Platz in Zürich, Zwitserland. Demand en Caruso St John voorzagen er een moderne versie van een Chinees paviljoen, dat qua uitzicht refereerde aan een zogenaamd ‘Nagelhaus’. Concreet verwijst deze term naar een huis in het Chinese Chongqing dat in 2007 het wereldnieuws haalde als ‘the most stubborn nail in history’, omdat de inwoners onverwacht hevige weerstand boden aan projectontwikkelaars die er een winkelcentrum wilden bouwen. Alle gebouwen in de omgeving werden afgebroken en het huis bleef helemaal alleen achter in een lege werfzone.

Hoewel de opdracht in een vergevorderd stadium raakte, stootte ‘Nagelhaus’ op verzet van het stadsbestuur in Zürich en werd het nooit gerealiseerd. In deze zaal is te zien wat het controversiële ‘Nagelhaus’ had kunnen zijn, aan de hand van een model op ware grootte en documentatie van het denkproces. 
Zo toont een diaprojectie historische beelden van chinoiseries, Oosters geïnspireerde paviljoenen op het Europese vasteland. Ook is er een korte filmmontage van mediabeelden te zien alsook documenten gerelateerd aan de gepolariseerde politieke reacties op het project. 


 

Zaal 2.A

Black label (2009)

In deze zaal is Thomas Demands fotoreeks ‘Black Label’ te zien, een project dat verwijst naar een gelijknamige bar in de stationswijk van Kitakyushu in Japan. Het café Black Label is verschillende keren van locatie veranderd door stadsontwikkelingen en neemt nu een bijzonder klein en veelhoekig perceel in dat het uitzicht van het café volledig bepaalt. Demand bouwde de bar na als schaalmodel in zijn studio en stelde de foto’s ervan tentoon in de CCA Project Gallery in Kitakyushu, waar hij op dat moment in residentie verbleef. Tegelijkertijd hing hij een foto van de nagebouwde tentoonstellingsruimte van de CCA Project Gallery in het café Black Label, ter vervanging van een spiegel.

 

Enkele jaren later was ook de Thaïse kunstenaar Rirkrit Tiravanija te gast als resident in CCA Project Gallery. Hij bood met zijn ‘untitled 2013 (thomas demands here)’ (2013) een antwoord op Demands project. Vanuit een interesse in de sociale functie van de bar en het lokale belang ervan in de stationswijk bouwde Tiravanija in het CCA het café in al zijn functionaliteit na, uitgerust met licht- en karaoke-installatie. 
Het resultaat is zowel een sculptuur als een sociale ontmoetingsplek. Vandaag zijn beide werken voor het eerst samen te zien. 

Zalen 2.B - 2.C

Ericka Beckman | 'Fair Game'

Vanaf 09.10

Een samenleving die drijft op structuren en systemen waarin prestaties centraal staan. Een omgeving waarin optimalisatie een constante bekommernis is en spelstructuren worden ingezet om participatie te stimuleren... Al deze factoren die vandaag ons dagelijks leven bepalen, werden voor het eerst door Ericka Beckman verkend in haar werk van het begin van de jaren 1980, lang voor de komst van sociale media en virtuele realiteit. In M toont de Amerikaanse kunstenaar haar multimedia-installatie ‘Nanotech Players’ (1989), haar eerste 16 mm-film ‘You The Better’ (1983) en haar nieuwe film ‘Reach Capacity’ (2020) in wereldpremière. De opbouw van deze drie werken is ingegeven door het spel, terwijl hun beeldtaal teruggaat op populaire cultuur. De twee films stellen het kapitalisme en de speculatie in de vastgoedsector aan de kaak ten koste van de zwakkeren in de samenleving. 


De films van Beckman zijn vormelijk aantrekkelijk en tegelijkertijd inhoudelijk complex. Een verhaallijn proberen te ontwaren is zinloos: zo worden de protagonisten niet gedreven door een herkenbare narratie. Het publiek is ook geen getuige van een verhaal of een moraliserend stuk. De film zet de toeschouwer er eerder toe aan om zijn of haar denkwijze aan te passen en zich te richten op wat er op het scherm gebeurt, als een deelnemer van een spel. Zoals in een sprookje waar een oplossing doorgaans volgt uit een conflictsituatie, is de voortgang van het spel bij Beckman bepaald door de inherente eigenschappen van de game, zoals de spelregels en het uitroepen van een winnaar aan het eind.


Maar eindigt het spel wel ooit? Beckmans werk is bovenal maatschappijkritisch. Uit ‘You The Better’ blijkt, naarmate de actie zich verder ontwikkelt, dat er geen kans bestaat op een overwinning wanneer de onderliggende krachten in het spel de uitkomst bepalen. Kunnen wilskracht en strategie het verloop van een spel beïnvloeden dat vanaf het begin gemanipuleerd wordt? Kennelijk is de enige mogelijke conclusie dat men het dominante systeem niet te slim af kan zijn. Beckman zinspeelt hiermee op een structuralistisch begrip van de maatschappij in het algemeen en onze kapitalistische samenleving in het bijzonder. Veertig jaar later herevalueert ze dit standpunt: in ‘Reach Capacity’ wordt het kapitalisme geconfronteerd met een alternatief socialer systeem. Wordt het gevestigde systeem deze keer wel omgeworpen? Beckman verwerpt de idee van een geënsceneerde revolutie en wijst in plaats daarvan op een subtiele herschikking van de regels door de arbeidersklasse, om zo opnieuw meer de touwtjes in handen te krijgen. 


Naast dit politieke commentaar wil Beckman ook een fysieke reactie uitlokken. Ze werkt de betrokkenheid van de toeschouwer in de hand door het ritme van de beelden op het scherm, het beperkte maar felle kleurenpalet en ook de makkelijk herkenbare objecten binnen en buiten het beeld. De rekwisieten in de tentoonstellingszaal doen de grenzen vervagen en maken van het tweedimensionale kijken een driedimensionale ervaring. Hoewel Beckman de presentatie van haar werk altijd al op deze manier heeft opgevat, is het pas recentelijk dat technologie en een verschuiving in de curatoriële praktijken een dergelijke presentatie mogelijk hebben gemaakt. Sinds kort worden haar films niet langer louter in een filmzaal getoond maar tot leven gebracht als installaties in de tentoonstellingsruimte.


Beckmans interesse in die lichamelijke ervaring gaat terug tot eind jaren 1970, toen zij tijdens haar jaren aan de CalArts school (Californië) een multidisciplinaire aanpak verkende. Hier begon ze te experimenteren door verschillende media zoals percussie, zang, beeldhouwkunst en vooral performance in film te combineren, om zo een volledig immersieve omgeving te creëren. Sindsdien staat het gebruik van beweging als primaire zintuiglijke drager centraal in haar praktijk, op een manier die doet denken aan stomme films.
De werkwijze van de kunstenaar omvat zowel cognitieve als lichamelijke stadia. Elke film begint met een langdurige periode van onderzoek. Om haar ideeën vorm te geven, tekent Beckman een groot aantal concept- en storyboards, creëert ze rekwisieten met de hand en schrijft ze (en vertolkt soms zelf) de muzieknummers. De meeste speciale effecten in de film worden met de camera gemaakt, terwijl het beeld wordt vastgelegd, met behulp van technieken die teruggaan tot de beginjaren van de cinema, zoals meervoudige belichting en stop-motion. In een razendsnel digitaal tijdperk waarin beelden inhoud en betekenis verliezen terwijl ze worden vermenigvuldigd en bewerkt, is de benadering en het vakmanschap die Beckman bij elk beeld aan de dag legt een uitnodiging om de regels van de hedendaagse beeldvorming diepgaand te herzien. 


Curator: Valerie Verhack 


In samenwerking met Kestner Gesellschaft (Hannover), met de steun van Philip Martin Gallery (Los Angeles).

 

Zaal 2.B

'You The Better'

1983

Filminstallatie met rekwisieten


‘You The Better’ is een mijlpaal in Beckmans oeuvre. Dit is tegelijk haar eerste film met een onderliggende maatschappijkritiek en haar eerste werk opgenomen op 16 mm, nadat ze enkele jaren een Super 8-camera gebruikte om haar beeldtaal te ontwikkelen. Deze vormverandering zorgde vooral voor een schaalverschuiving, doordat de kunstenaar een groter aantal rekwisieten en performers in beeld bracht. ‘You The Better’ werd gefilmd in een black box studio en op een basketbalveld, met deelname van een aantal van haar medestudenten van CalArts, waaronder kunstenaars Ashley Bickerton en Tony Conrad. Voor de muziek en de teksten werkte Beckman samen met componist Brooke Halpin, met wie ze ook samenwerkte voor ‘Reach Capacity’ (2020, ook te zien in M).


In ‘You The Better’ worden gokactiviteiten en balspelen met elkaar verweven, een associatie die wordt bevestigd door de slogans die doorheen het werk herhaald worden, zoals “Take a shot at the wheel” en “One shot now”. Door de film meerdere malen te belichten, kon Beckman performers en motieven bovenop elkaar plaatsen. Op die manier zien we balspelers die in een draaiend roulettewiel vast komen te zitten en wordt het huis een doelwit dat ze moeten raken. 


De onderzoeksfase van de kunstenaar bestond onder meer uit directe observatie in casino’s en antropologisch onderzoek van het spel op zich. Beckman werd vooral geïnspireerd door jai alai, een sport waarbij spelers met een gebogen rieten mandje een bal met hoge snelheid tegen een ommuurde ruimte laten kaatsen. Het wedden op jai alai is vergelijkbaar met het inzetten op paardenraces. Zoals aangegeven in de titel krijgt ook de toeschouwer een rol toegewezen in het proto-interactieve spel van de kunstenaar. JIJ krijgt de rol van de gokker. Welnu, welke weddenschap biedt de meeste opbrengst?  


Naarmate de regels veranderen en de strategieën zich verder ontwikkelen, wordt het duidelijk dat het zinloos is om de kansen van de spelers als groep of individueel te berekenen (in één sequentie gaat Ashley Bickerton solo, en kijkt hij via de camera rechtstreeks naar de toeschouwer). Is het tijd om een stap terug te zetten en het systeem in zijn geheel te evalueren? Het lijkt erop dat, welke keuze de spelers ook mogen maken, ze gewoon radertjes in een machine blijken te zijn. Het almachtige huis wint altijd, een verwijzing naar het ingebouwde voordeel van casino’s. 


Het huis, een motief in de film dat terugkeert in de rekwisieten, verwijst niet alleen naar gokspelen. Het verwijst ook naar de vastgoedsector binnen het kapitalistisch systeem, zoals blijkt uit de bouwkoorts aan het begin van de film. Op de toon van Beckman die “subdivise, subdivise, subdivise” zingt, worden identieke woningen eindeloos vermenigvuldigd, op een wijze die doet denken aan celdeling. Kan de schijnbaar onstuitbare opmars van de marktwerking ooit worden gestopt? Deze vraag die door ‘You The Better’ werd opgeworpen in een tijd waarin president Reagan het vrijemarktkapitalisme fel verdedigde is nog steeds actueel, en Beckman komt er in haar nieuwe film ‘Reach Capacity’ (2020) op terug. 

 

De volledige tekst van ‘You The Better’ (1983) kan je hier lezen.

Zaal 2.B

'Reach Capacity'

2020

Filminstallatie met roterend scherm (gelieve op voldoende afstand van het scherm te staan)


Veertig jaar na ‘You The Better’ keert het huis terug als een personage in Beckmans nieuwe werk ‘Reach Capacity’. Deze keer staat het ondubbelzinnig symbool voor vastgoed. Gedurende de film zien we torenflats en huizen in een angstaanjagend tempo verschijnen. Door hun neonkleuren en eenvoudige grafische lijnen lijken ze haaks op de naturalistische omgeving te staan waarin ze zijn geïntegreerd, alsof ze uit een videogame zijn geëxporteerd. Het beeld herinnert aan de gebrekkige stedenbouwkundige planning die een wereldwijd fenomeen is of aan nieuwgebouwde steden als Dubai, waarbij snelle groei onder invloed van het kapitalisme leidt tot een wildgroei van wolkenkrabbers.
In het eerste deel van de film lijkt de bouwkoorts niet te stoppen, net als de verkavelingen in ‘You The Better’. Bouwvakkers mogen nog zoveel “SLOW” en “STOP” borden ophouden als ze willen, de zakenmannen in blauwe pakken blijven investeren in nieuwe gebouwen op de klanken van kapitalistische slogans die nadrukkelijk worden herhaald – “Koop ze allemaal terug”, “Huur is inkomen”. Terwijl in ‘You The Better’ de spelers een menselijke kwaliteit behielden en soms als groep optraden, maar ook individuele eigenschappen demonstreerden, zijn in ‘Reach Capacity’ de zakenmannen compleet gerobotiseerd, als het gestandaardiseerde product van een systeem. Hun gebaren zijn vaak gesynchroniseerd – op een bepaald moment lijkt een van hen zelfs vanop afstand bestuurd te worden. De arbeiders van vlees en bloed daarentegen, lijken meer wilskracht te hebben, maar ook minder macht. 


Dit verandert in het tweede deel van de film: als het scherm omkeert, worden ook de rollen omgedraaid. De focus ligt nu op de arbeiders en de inspanningen die zij moeten leveren. Het herwerken van het kapitalistische spel blijkt voor hen een noodzaak: “De bank heeft nagelaten ons te steunen, hier is geen toekomst...”. De arbeiders slagen erin om een stap verder te gaan dan de spelers in ‘You The Better’, die altijd onder de duim van het huis werden gehouden. In ‘Reach Capacity’ stelt een grondig begrip van de spelregels (“Energie is een grondstof, het kan onze koers veranderen”) de werknemers in staat om het spel in positieve zin te veranderen. Ze vinden een manier om het grotere systeem dat hen bestuurt, aan te passen. De arbeiders regelen hun werk zo dat ze twee keer zo snel huizen kunnen bouwen, waardoor ze tijd kunnen vrijmaken. Deze nieuw verworven vrije tijd wordt besteed aan het creëren van kapitaal dat in een gemeenschappelijk fonds wordt gestort. Met deze evenredig onder hen verdeelde inkomsten weten de arbeiders een manier te vinden om efficiënte productie, zoals die door het kapitalisme wordt gepropageerd, te koppelen aan sociale rechtvaardigheid. 


De economische en politieke elementen en de structuur van de film zijn sterk verwant aan Monopoly – het bekendste van alle gezelschapspellen die met vastgoed te maken hebben. Tijdens haar voorbereidingen verdiepte Beckman zich in de geschiedenis van het spel. Het is ontstaan in het begin van de jaren 1900, toen Elizabeth Magie een eerste versie maakte van wat ze ‘The Landlord’s Game’ noemde. Het spel van Magie had twee soorten spelregels, een voor het Prosperity spel en een voor het Monopolist spel (alleen dit laatste werd behouden toen de Parker Brothers het spel zonder haar verder ontwikkelden). Magie’s doel was om aan te tonen hoe de samenleving als geheel floreert wanneer monopolies worden opgeheven en inkomsten gelijk worden verdeeld. Beckman neemt Magie’s dubbele spelstructuur over door haar scherm te laten omkeren na het eerste deel, wanneer een monopolie ontstaat. Wat ze niet behoudt, is de originele didactische opzet van het spel. In plaats daarvan betrekt ze de gevoelens van de toeschouwer door middel van ritmische bewegingen en geluiden. 

 

De volledige tekst van ‘Reach Capacity’ (2020) kan je hier lezen.

Zaal 2.C

'Nanotech Players'

1989

Multimedia-installatie


De geanimeerde installatie ‘Nanotech Players’ (1989), die voor het eerst in Europa wordt gepresenteerd, toont hoe Beckman de materialen en media waarmee ze werkt tot hun absolute essentie reduceert en paradoxaal genoeg toch een maximale impact realiseert. De vijf beelden worden niet als film geanimeerd; de statische C-prints worden onmiddellijk in een sequentie omgezet, enkel en alleen door geprogrammeerd licht en geluid. De spelers zelf zijn niet los te koppelen van het medium fotografie. Hun schijnbare beweging is in wezen het resultaat van meerdere belichtingen en een lange sluitertijd. 


Beckman realiseert de modellen zelf, aan de hand van witte stokjes en schuimrubberschijven die roterend worden geassembleerd. Deze basisvorm wordt vervolgens veranderd in een personage door te experimenteren met fotografische en filmische technieken. Terwijl de figuren in ‘Nanotech Players’ op zichzelf staan, zijn ze ook te zien in de twee films van de kunstenaar die in M worden vertoond. In ‘You The Better’ (1983) nemen ze de identiteit van een draaiend roulettewiel aan, terwijl de draaiende vorm in het laatste deel van ‘Reach Capacity’ (2020) weer opduikt als een kraan op een klep die de energie van de arbeiders reguleert, waardoor het spel uiteindelijk weer in balans wordt gebracht.