Brahim Tall, M-resident

© Marie Dreezen voor M Leuven
M-resident
Brahim Tall
Trouwe lezers van dit magazine weten het: M nodigt ieder jaar twee opkomende kunstenaars uit voor een residentie van vijf maanden. In de gebouwen van Cas-co, in de Vaartstraat, krijgen ze de ruimte om hun praktijk te ontwikkelen. De voorbije maanden was geboren Leuvenaar Brahim Tall er te gast.

© Marie Dreezen voor M Leuven
Een camera is een wapen
Brahim Tall: “In mijn werk onderzoek ik de relatie tussen het zwarte lichaam en de representatie ervan – de manier waarop zwarte lichamen worden voorgesteld en gezien. Die perceptie beïnvloedt op haar beurt weer hoe mensen van kleur naar hun eigen lichaam kijken.”
“Laura Mulvey, een Britse filmwetenschapper, heeft in de jaren 70 de term male gaze bedacht: de mannelijke, sterk geseksualiseerde blik waarmee in films, en in de maatschappij in het algemeen, naar vrouwen wordt gekeken. Die male gaze heeft het perverse effect dat veel vrouwen hun gedrag eraan gaan aanpassen.”
“Auteurs als Frantz Fanon, Audrey Lord en Stuart Hall, maar ook filmmakers als Med Hondo of Steve McQueen hebben sindsdien getoond dat mensen van kleur met een soortgelijke gaze worden bekeken, en dus aan allerlei onuitgesproken verwachtingen moeten voldoen. Denk maar aan het cliché van de gespierde, grootgeschapen zwarte man. Of aan de blackface-traditie: witte acteurs die hun gezicht zwart schminkten om een karikaturale zwarte man te vertolken. Zwarte vrouwen worden dan weer afgemeten aan het schoonheidsideaal van een lichtere huid. Dat complex van stereotypen en vooroordelen wordt colorism genoemd.”
“Met mijn werk wil ik tonen dat de manier waarop zwarte lichamen in beeld worden gebracht niet onschuldig is, maar altijd gekleurd wordt door die stereotiepe blik. Een camera lijkt neutraal, maar is het niet – een camera is een wapen. We spreken niet voor niets over ‘beelden schieten’.
Vanuit die vraagstelling beslis ik welke vorm een werk nodig heeft: fotografie, film, installatie, performance… Ik heb met andere woorden een transmediale praktijk.”
“Het raakt me ook persoonlijk. Mijn vader komt uit Senegal, mijn moeder uit Vlaanderen. In België word ik gezien als zwart, in Senegal als wit. Die ervaring hebben veel gemixte mensen. Al heb ik vrienden met een migratieachtergrond die het een stuk moeilijker hebben dan ik. Ik ben in Leuven opgegroeid, zonder grote financiële zorgen. Ik besef dat ik altijd een vangnet heb om op terug te vallen.”

© Marie Dreezen voor M Leuven
Een lichaam van geluid
“Het was een fijne verrassing toen M me uitnodigde voor deze residentie. Blijkbaar hebben ze vertrouwen in mijn werk. Dat gaf me wel een boost. Via M krijg ik ook feedback van curatoren en kunstprofessionals, da’s erg waardevol.”
“Tijdens mijn residentie ontwikkel ik ook een nieuw werk, dat na afloop te zien is op een toonmoment in M. Ik ben vertrokken van een performance van een paar jaar geleden. Ik had toen een groep zwarte zangers en zangeressen aangesproken om samen een koor te vormen. We zongen teksten die ik geschreven had rond het thema becoming the sea, ‘de zee worden’. In een koor smelten de zangers als het ware samen tot één lichaam dat constant verandert en in beweging is, als watermoleculen in de zee. Soms in harmonie, soms juist in dissonantie.”
“In het nieuwe werk trek ik die gedachte verder door. Ik wil opnieuw een groep zangers bijeenbrengen, alleen wil ik ze niet meer live laten performen, maar opnemen. In plaats van fysieke lichamen heb je zo een lichaam van geluid – van vibraties die zowel de uitvoerders als de toehoorders lijfelijk ervaren.”
“Dat ik afstand neem van die fysieke aanwezigheid, hangt samen met het concept van de zwarte performer – met het cliché dat zwarte mensen zogenaamd allemaal muzikaal zijn en goed kunnen dansen. Dat is een aspect van de gaze op het zwarte lichaam waar ik het over had. Met dit werk wil ik dat aankaarten.”

© Marie Dreezen voor M Leuven

© Marie Dreezen voor M Leuven

© Marie Dreezen voor M Leuven

© Marie Dreezen voor M Leuven

© Marie Dreezen voor M Leuven

© Marie Dreezen voor M Leuven
Modou-modou
“Na het toonmoment in M vertrek ik naar Senegal. In 2022 heb ik een kortfilm gemaakt, ‘Tukuleur’. Ik heb nochtans fotografie gestudeerd, geen film (lacht), maar ik wilde dat absoluut doen. Dankzij ‘Tukuleur’ heb ik een wildcard gekregen van het VAF, het Vlaams Audiovisueel Fonds, met een geldsom erbij. Die gebruik ik om in Senegal een nieuwe film te draaien.”
“De film draait rond modou-modou, een Senegalees begrip dat zoveel betekent als ‘onderhandelen, afdingen’. Veel Senegalezen werken als straatventers, in Europa én in eigen land. Mijn vader en twee van zijn broers ook. Ik wil iets doen met hun ervaringen, vooral met de manier waarop zulke straatventers gezien worden, of liever: niet gezien worden. Da’s weer die gaze waar ik over had. Dankzij de beurs van het VAF kan ik mijn vader en ooms betalen voor hun medewerking. Eind dit jaar moet de film af zijn. Ik kijk er erg naar uit.”