De doopvont
De doopvont is van messing of geelkoper. Het eerste dat opvalt is de vorm: een bekken met zes lobben, die rusten op evenveel gestileerde leeuwenpoten. De maker kennen we niet, maar hij moet een meester in zijn vak geweest zijn. Kijk maar eens naar de delicate motieven die verwijzen naar de architectuur van de kerk. Zoals de mini-torenspits, of het fijne maaswerk dat we kennen van gotische spitsvensters.
Alleen het deksel is niet authentiek.Het origineel verdween in 1798, toen de kerkinboedel door de Franse bezetter openbaar verkocht werd. In 1954 kreeg de doopvont een nieuw, koperen deksel. Het werd ontworpen door de Leuvense beeldhouwer Joseph Van Uytvanck (op de rand van het deksel staat zijn monogram IVU) en gemaakt bij Devroye Frères: een vermaard Brussels atelier dat eerder al kronen en een scepter voor het Sedes Sapientiae-beeld had gesmeed.
Het deksel is versierd met bronzen beeldjes van zes figuren die een band hebben met de kerk of de stad. Het gaat om Onze-Lieve-Vrouw met kind, een verwijzing naar de Sedes Sapientiae; Petrus, de patroonheilige van de kerk; Carolus Borromeus en Fiere Margriet, aan wie in de kerk kapellen zijn gewijd; Albertus van Leuven, een middeleeuwse bisschop die lokaal werd vereerd; en Johannes de Doper, een verwijzing naar de doopkapel zelf.
Het deksel is opgehangen aan een sierlijke smeedijzeren galg. Die diende om het deksel op te lichten en weer te laten zakken.