De doopvont en de kroonluchter in de Sint-Pieterskerk

Rudi Van Beek

© Rudi Van Beek

De doopvont en de kroonluchter in de Sint-Pieterskerk

Geheimen van de smid

De vroege 15e eeuw was een kantelmoment voor Leuven – om meer dan één reden. In 1425 werd de universiteit gesticht, maar rond die tijd startte ook de bouw van de Sint-Pieterskerk.

Rudi Van Beek

© Rudi Van Beek

Binnen in de kerk is heel wat kunst van toen bewaard gebleven. Topstukken als ‘Het Laatste Avondmaal’ van Dieric Bouts of het triomfkruis van Jan Borman, maar evengoed minder bekende stukken. Zoals de doopvont en de kroonluchter, allebei uit de late 15e eeuw. Je vindt ze in de doopkapel, linksachter in het kerkschip − of, als je het kompas op je telefoon eens wil uitproberen, in de noordwestelijke hoek.

De doopvont

De doopvont is van messing of geelkoper. Het eerste dat opvalt is de vorm: een bekken met zes lobben, die rusten op evenveel gestileerde leeuwenpoten. De maker kennen we niet, maar hij moet een meester in zijn vak geweest zijn. Kijk maar eens naar de delicate motieven die verwijzen naar de architectuur van de kerk. Zoals de mini-torenspits, of het fijne maaswerk dat we kennen van gotische spitsvensters.

 

Alleen het deksel is niet authentiek.Het origineel verdween in 1798, toen de kerkinboedel door de Franse bezetter openbaar verkocht werd. In 1954 kreeg de doopvont een nieuw, koperen deksel. Het werd ontworpen door de Leuvense beeldhouwer Joseph Van Uytvanck (op de rand van het deksel staat zijn monogram IVU) en gemaakt bij Devroye Frères: een vermaard Brussels atelier dat eerder al kronen en een scepter voor het Sedes Sapientiae-beeld had gesmeed.

 

Het deksel is versierd met bronzen beeldjes van zes figuren die een band hebben met de kerk of de stad. Het gaat om Onze-Lieve-Vrouw met kind, een verwijzing naar de Sedes Sapientiae; Petrus, de patroonheilige van de kerk; Carolus Borromeus en Fiere Margriet, aan wie in de kerk kapellen zijn gewijd; Albertus van Leuven, een middeleeuwse bisschop die lokaal werd vereerd; en Johannes de Doper, een verwijzing naar de doopkapel zelf.

 

Het deksel is opgehangen aan een sierlijke smeedijzeren galg. Die diende om het deksel op te lichten en weer te laten zakken.

Rudi Van Beek

© Rudi Van Beek

De kroonluchter

De smeedijzeren kroonluchter is even oud als de doopvont. Oorspronkelijk is hij afkomstig uit de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Ginderbuiten. Die stond tegenover de Tiensepoort, net buiten de stadsomwalling – vandaar de naam. Toen de kapel eind 18de eeuw werd afgebroken, verhuisde de twaalfarmige luchter naar de Sint-Pieterskerk. Eerst hing hij in het hoogkoor, nu vind je hem dus in de doopkapel.

 

Een Latijnse spreuk aan de onderkant zou verwijzen naar Quinten I Massijs (1465/66-1530). Die zou ooit begonnen zijn als kunstsmid, maar zich na een liefdesavontuur op het schilderen hebben gestort. Lange tijd werd de luchter, net als de galg van de doopvont, aan hem toegeschreven. Een mooi verhaal, maar helaas nooit bewezen...

Rudi Van Beek

© Rudi Van Beek

Image
Laatste Avondmaal (linker zijluik: joods Paasmaal)
Laatste Avondmaal, Dieric Bouts, 1464-1468, Collectie M Leuven, bron: artinflanders.be, foto: Dominique Provost

Beleef Bouts

Op een boogscheut van M vormt de Sint-Pieterskerk het decor voor een zinnenprikkelende beleving. M neemt je mee in het boeiende verhaal van de gotische kerk en laat je kennismaken met haar kunstschatten: topstukken van Vlaamse Meesters in hun authentieke context.