Els Nouwens blik op de collectie van M

Zaalzicht 'Els Nouwen. OXOMORON', M Leuven, 2026, foto: Ligia Poplawska voor M Leuven
Els Nouwens blik op de collectie van M
Beelden die zich verzetten
Naast haar solotentoonstelling ‘OXOMORON’ in M Leuven maakte Els Nouwen een persoonlijke selectie uit de museumcollectie. Die keuze vertrekt niet vanuit kunsthistorische categorieën of hiërarchieën, maar vanuit haar eigen manier van kijken. Ze benadert de collectie intuïtief en associatief, geleid door beelden die haar raken, ontregelen of blijven nazinderen, en door inhoudelijke verwantschappen met haar eigen praktijk. Door het depot van M als denkruimte te gebruiken en zich niet te beperken tot de meest zichtbare topstukken, bracht ze minder belichte werken en onverwachte verbanden naar voren.

Zaalzicht 'Els Nouwen. OXOMORON', M Leuven, 2026, foto: Ligia Poplawska voor M Leuven
Nouwen is van kinds af aan gefascineerd door oude religieuze kunst, de Vlaamse Primitieven en de vroege renaissanceschilders. Hun intense verbeelding van menselijk lijden blijft een bron van inspiratie. Die fascinatie kreeg een concrete vorm in ‘Caroussel’, een werk dat het vertrekpunt vormde voor haar selectie uit de collectie van M. In dit werk op koperplaat vertrekt ze van de figuur van de Mater Dolorosa, Maria als belichaming van rouw en mededogen, een beeldtype dat in de collectie in verschillende varianten aanwezig is. Door in haar werk twee vrijwel identieke gezichten te combineren, één rechtop en één ondersteboven, wordt de kijkrichting ontregeld en ontstaat twijfel over wat en hoe we zien.
‘Caroussel’ maakt zichtbaar wat ook in de historische werken besloten ligt: dat beelden van lijden niet alleen iets afbeelden, maar het ook actief oproepen. Ze richten zich tot het lichaam van de kijker, sturen de blik en veroorzaken ongemak. Zo verschijnt de Mater Dolorosa in de collectie niet als een statisch icoon, maar als een beeld dat weigert zich vast te zetten in één betekenis. Vanuit die actieve verhouding tot het beeld bouwt Nouwen haar selectie op.Binnen die selectie neemt de religieuze beeldtraditie een centrale plaats in. Lijden wordt hier niet benaderd als onderwerp, maar als ervaring: tastbaar, intens en existentieel. De kracht van deze beelden ligt in hun vermogen om kwetsbaarheid en troost tegelijk te dragen, los van geloof of historische afstand. Oude kunst functioneert op die manier als een geconcentreerde vorm waarin empathie en lichamelijkheid samenkomen en precies daarom blijft ze vandaag werkzaam.
Naast deze historische werken omvat de selectie ook moderne en hedendaagse kunst, vaak abstracter van aard. Op het eerste gezicht lijkt deze abstractie tegenovergesteld aan het narratieve karakter van de oude kunst, maar in Nouwens lezing blijken beide nauw met elkaar verbonden. Veel van deze werken vertrekken vanuit observaties van de werkelijkheid en distilleren daaruit een geconcentreerde vorm.

Carrousel’, Els Nouwen, 2024-2025, © de kunstenaar, foto: Kristel Van Ballaer

Een sleutelwerk binnen deze cluster is ‘Materials’ (2020) van Hana Miletić. De handgeweven stroken, opgebouwd in een diagonaal patroon, ogen minimalistisch, maar zijn gebaseerd op tijdelijke herstellingen in de publieke ruimte. Provisorische ingrepen worden vertaald naar een traag en aandachtig weefproces. De zichtbare arbeid, de warmte van het textiel en de kruisvormige structuur roepen associaties op met zorg, herstel en iconografie. De oranje kleur van het werk wordt doorgetrokken in de architectuur van de ruimte en vormt een visueel veld waarin andere werken samenkomen.
Ook andere hedendaagse werken resoneren met deze thematiek. Bij kunstenaars als René Heyvaert verschijnen patronen die hun oorsprong vinden in architecturale structuren; bij Jacques Lizène leidt de abrupte montage van materialen tot een hybride, soms groteske realiteit waarin irrationaliteit en humor samenkomen. Optische effecten bij Michael Van den Abeele of het transformeren van tekst tot beeld bij Marthe Wéry maken de waarneming zelf tot onderwerp.
Doorheen de selectie verschijnt het grid als terugkerend principe: zowel modernistisch embleem als archetypisch patroon. Het fungeert niet als gesloten systeem, maar als open ordening waarin beelden samenkomen en verschuiven. De selectie toont geen lineaire kunstgeschiedenis, maar een netwerk van verwantschappen waarin oude en hedendaagse werken met elkaar in dialoog treden, kwetsbaar, geladen en voortdurend in beweging.
Ralph Collier, curator

© Elias Derboven

© Els Nouwen