Ilona Lodewijckx over de M-resident: danser en kunstenaar Judith Van Oeckel

© Elias Derboven voor M Leuven
Ilona Lodewijckx over de M-resident: danser en kunstenaar Judith Van Oeckel
Dansen zonder lichaam
“Ik vind het spannend om over mijn werk te praten,” zegt Judith Van Oeckel wanneer ik het atelier binnenkom. “Ik ben bang dat ik iets zeg dat niet waar is.” Het klinkt als iets wat ik zelf zou zeggen. Alsof je je eigen werk en leven verkeerd kunt hebben en waarheid iets is wat je kunt missen, zoals je een trein mist, een afslag, een kans. De waarheid is rekbaar, zeg ik. Laten we het hebben over wat vandaag waar is, hier in het M-atelier in Cas-Co, met het middaglicht dat als een derde lichaam tussen ons op de bank zit.

© Elias Derboven voor M Leuven
Ik had een lijst met vragen voorbereid, maar haal ze niet eens boven. Dat hoeft niet. Alles waarover we willen praten, alles wat ertoe doet, is hier. Ingekaderd op de kast staat een document: OVEREENKOMST VAN OORSPRONKELIJKE OVERDRACHT VAN BEWEGINGEN / MICRO-CHOREOGRAFIEËN. Het is een officiële verkoopovereenkomst, onderdeel van ‘All She Wants To Do Is Dance’, de voorstelling die Judith bracht op Playground 2023 in M. Met dit document stelt Judith specifieke bewegingen te koop en verbindt ze zich er contractueel toe om ze nooit meer publiekelijk uit te voeren. Het verkochte goed wordt in detail beschreven: Ik sta rechtop met mijn armen langs mijn lichaam. Mijn hielen raken elkaar en mijn tenen wijzen naar buiten toe. Ik buig mijn knieën en mijn linkervoet glijdt naar opzij…
Aan de muur hangen 3D-renders van een dansend lichaam. Het resultaat van een motion capture-scan van een choreografie die Judith op die manier vereeuwigde. De bewegingen, gezien vanuit verschillende hoeken, vormen abstracte, klodderachtige vormen, als iets wat op de zeebodem leeft, of, passend genoeg, in de dieptes van het lichaam zelf.
Op het bureau liggen twee 3D-geprinte sculpturen van diezelfde geabstraheerde vormen. De vormen van het lijf kregen hier opnieuw hun eigen lijf, werden object, tastbaar en blijvend. Ze doen, toevallig of niet, denken aan wervelkolommen: dat wat het lichaam draagt en door het lichaam gedragen wordt, wat beweging mogelijk maakt, wat zowel kracht als kwetsbaarheid is, zowel structuur als breekpunt.

© Elias Derboven voor M Leuven
Overal in deze ruimte vind je de abstractie van beweging, van dans, van het lichaam. Doorsneden, silhouetten, sculpturen, documenten, wettelijke clausules, clusters van code. Figuren in hout, plexiglas, 3D-geprint gaas. Pogingen om het ongrijpbare grijpbaar te maken, het vluchtige te vertragen en het vergankelijke te bewaren. In haar dromen maakt ze ze in zand, vertelt ze. Broos als het lichaam zelf. Of in marmer, in brons: zware, dure materialen die het lijf overleven. Koortsig blijft ze zoeken naar nieuwe vormen, nieuwe kaders, nieuwe grammatica’s van beweging.
Judiths zoektocht gloeit van de urgentie, en dat heeft een goede reden. In 2020 kreeg ze na een luchtweginfectie te maken met chronische migraine. Ze was getraind en opgeleid als danser, had haar hele leven naar dat ene doel toegewerkt, had haar lichaam gevormd en getraind tot een instrument van precisie en expressie. Maar plots moest ze inzien dat ze niet in de danswereld zou kunnen meedraaien zoals ze zich had voorgesteld. En als je als danser niet kunt rekenen op je lichaam, het veranderlijke, ondoorgrondelijke lichaam met zijn eigen wetten en grenzen, wat blijft er dan over?
“Ik ben nog altijd danser,” zegt Judith. “Mijn lichaam is mijn eerste instrument. Maar omdat ik er niet altijd op kan rekenen, moest ik op zoek naar nieuwe dragers voor mijn bewegingen. Manieren om die bewegingen gewicht te geven, solide te maken, te bewaren voor later, voor de dagen waarop mijn lichaam niet meewerkt.”





Dat is wat Judith zoekt: een manier om te blijven dansen. Om te dansen zonder lichaam, als het moet. In ‘Illness As Metaphor’ schreef Susan Sontag: “Illness is the night-side of life, a more onerous citizenship. Everyone who is born holds dual citizenship, in the kingdom of the well and in the kingdom of the sick. Although we all prefer to use only the good passport, sooner or later each of us is obliged, at least for a spell, to identify ourselves as citizens of that other place.”
Judith Van Oeckel heeft haar koninkrijk niet gekozen: die luxe krijgt niemand. Haar werk is geen ontkenning van ziekte of zoektocht naar genezing. De bewegingen die ze verkoopt, de sculpturen die ze maakt, het zijn manieren om zich tussen de twee koninkrijken te blijven voortbewegen. Om in geen van beide volledig thuis te zijn en toch in beide te bestaan.
Hier in de studio, met het middaglicht tussen ons in, kijk ik naar die 3D-geprinte wervelkolom op haar bureau. Kracht en kwetsbaarheid in één vorm, gedragen en dragend tegelijk. Misschien is dat wat Judiths werk ons leert: dat er in alle koninkrijken van het leven gedanst kan worden, in welke vorm dan ook.