M onderzoekt hoe het museum een open huis kan worden

Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

Samen museum maken: M onderzoekt hoe het museum een open huis kan worden

 

Vorig jaar kondigden we aan dat de M-bassadeurswerking na vijftien jaar zou stoppen. Niet zomaar, maar om plaats te maken voor iets dat zowel breder reikt als dieper graaft. ‘‘We keren terug naar de basis,’’ zeiden Sigrid Bosmans en Sofie Vermeiren toen. Vandaag denken we op verschillende niveaus na over hoe M een open huis kan worden: een plek waar mensen elkaar ontmoeten, meedenken en mee bijdragen.

Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

De lobby als proeftuin

Els Vervloesem (architect en stedenbouwkundige) en Eva De Baerdemaeker (PLEK-WERK) nemen de gemeenschappelijke ruimtes van M onder handen. De vraag: hoe maken we van een museum met kwalitatieve maar soms afstandelijke architectuur een warme, laagdrempelige plek? Een levende ‘derde ruimte’ waar bezoekers, buurtbewoners, studenten, kunstenaars en museummedewerkers elkaar vinden?

 

“Het gebouw van M is genereus, maar wordt nog niet ten volle benut,” zegt Els. “Denk aan de lobby: eerdere pogingen om de ruimte gastvrijer te maken, waren niet altijd succesvol. Daarom kijken we nu anders. We geloven niet in een oppervlakkige ‘make-over’, maar vertrekken van het potentieel dat er al zit. Hoe creëren we witruimte in de programmatie als uitnodiging naar buren en partners? Hoe maken we van M een plek waar mensen ruimte vinden voor experiment, spel, ontmoeting, rust en verwondering?”

 

Eva vergelijkt hun aanpak met het werk van een vroedvrouw: “Alles is er al. Maar hoe brengen we het in de wereld? En welke ondersteuning is daarvoor nodig?”

De lobby en buitenruimtes worden ‘testruimtes’ voor het museum als sociale infrastructuur. Geen doel op zich, dus, maar een middel om fundamentele vragen te stellen over de rol van een museum in de stad. Eva en Els kijken waar de kansen liggen in wat al bestaat: het zomerprogramma, de samenwerking met scholen, initiatieven als ‘De Kunstbrug’ en ‘het Kunstlab’. “Veel initiatieven zijn nu projectmatig. Kunnen we daar duurzame en structurele trajecten van maken? En hoe zetten we uitwisseling en de beleving van mensen nog meer centraal?”

 

Wat het resultaat van deze zoektocht wordt, is nog niet duidelijk. Wat telt, is dat er tijd wordt genomen om dat met een doordachte aanpak en samen met alle betrokken partijen uit te zoeken. “We starten met observatie en aanwezigheid,” vertelt Eva. “Mensen mogen gerust langskomen. Of ze nu bij M werken, vrijwilliger zijn, kunstenaar, buurtbewoner, bezoeker of partner. Iedereen krijgt een stem en is welkom om inzichten en ervaringen te delen.”
 

Experiment wordt in ieder geval cruciaal. “Niets zo jammer als goede ideeën die fantastisch worden neergeschreven maar dan blijven liggen,” zegt Els. “Als je ze durft uit te testen in tijdelijke experimenten, weet je meteen meer. Zo leggen we een fundament voor iets wat de komende jaren kan blijven groeien.”

Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

Wat is een community voor M? 

Terwijl Els en Eva zich aan het experiment wagen, verkent Sofie Vermeiren met een projectgroep op theoretischer niveau wat een nieuwe communitywerking voor M betekent. Sofie sprak met musea in België, Nederland en Engeland. De projectgroep bracht collega’s uit verschillende afdelingen samen om gezamenlijk uit te pluizen: wat is community voor ons?

 

De bedoeling is om tot een werkdefinitie te komen die de nieuwe aanpak kan sturen. Aan de exacte bewoording wordt nog gesleuteld, maar wat Sofie nu al weet, is dat het gaat om een levend netwerk van mensen die zich thuis voelen in en rond het museum. “Mensen die hun ideeën, energie en talenten samenbrengen met die van M, zodat er iets ontstaat dat groter is dan de som der delen.”

 

Die gemeenschappen bestaan natuurlijk al: vrijwilligers, kunstenaarsgemeenschappen, erfgoedgemeenschappen, scholen, Leuvenaars, en alle andere groepen die een band voelen met het museum. “We gaan het concept van een community niet opnieuw uitvinden,” benadrukt Sofie. “We willen ze vooral in kaart brengen en leggen naast datgene waar we als museum mee bezig zijn. Als je met een community samenwerkt, moet je in dialoog gaan. Wat zijn hun noden en vragen? Hoe vinden we elkaar?”

 

Dat wakkert ook vragen rond participatie aan. Niet alleen met wie je samenwerkt en hoe, maar in welke mate. Sofie verdiepte zich samen met de werkgroep in onderzoek naar niveaus van betrokkenheid, van participatie tot co-creatie tot hosting. “Ook het proces zelf is belangrijk,” vertelt ze. “Er is niets zo erg als valse participatie. In de diepte kijken en waardevolle, duurzame relaties smeden, dat is waar het om draait.”

Experimenteren en evalueren 

Beide projecten – het sociaal-ruimtelijke project van Els en Eva, het theoretische kader van Sofie en de projectgroep – pakken dezelfde vraag aan: hoe kan M een plek zijn voor gedeeld gebruik, waar verschillende groepen zich thuis voelen? Het zijn vragen die voorlopig nog geen vastomlijnde antwoorden hebben. Maar wat iedereen bindt, is de overtuiging dat experiment en flexibiliteit essentieel zijn. Dat je ruimte moet creëren op alle vlakken om samen te ontdekken wat een museum vandaag kan betekenen.

Lien Wevers voor M Leuven

© Lien Wevers voor M Leuven