Playground 2022: speeltuin voor kunstenaars
Playground 2022: speeltuin voor kunstenaars

‘La Parade Moderne’, Clédat & Petitpierre © Joeri Thiry
Het jaarlijkse Live Arts Festival Playground, in november in Leuven, is een echte speeltuin voor kunstenaars die zich niet aan één discipline willen binden. M en STUK slaan er zoals steeds de handen voor in mekaar.

‘La Parade Moderne’, Clédat & Petitpierre © Joeri Thiry
Steeds meer kunstenaars kijken over de muurtjes die de disciplines traditioneel van elkaar scheiden. Ze combineren elementen uit installatie, tekst, film, sculptuur, architectuur en choreografie, vaak in uitdagende live-performances. Zo creëren ze nieuwe beelden die reflecteren over kunst, de wereld en de mediatisering van het leven. Op de zestiende editie van Playground, dit najaar, kan je onder meer gaan kijken naar de openluchtvoorstelling ‘Vénus Parade’ van Clédat & Petitpierre en naar ‘Glowachrome Garden’, een performance van Evelien Cammaert.
Clédat & Petitpierre
Vaste Playground-bezoekers kennen hen van vorige edities: Clédat & Petitpierre, een Frans kunstenaarskoppel dat op geheel eigen wijze theater, performance en beeldende kunst combineert. Op 20 november komen ze naar Leuven met hun nieuwste werk: ‘Vénus Parade’, een openluchtstoet met verwijzingen naar prehistorische vrouwenbeelden en Bretoense boetprocessies: “Wij maken kunst die door de openbare ruimte beweegt.”
Yvan Clédat en Coco Petitpierre zijn twee beeldende kunstenaars, performers en choreografen uit Frankrijk. Ze leggen zich toe op performances op het snijpunt van beeldende kunst en podiumkunsten.
Yvan Clédat: “Tijdens covid wilden we graag een werk voor de openbare ruimte creëren. Dat hadden we al eens eerder gedaan: ‘La Parade Moderne’, een performance met wandelende sculpturen die verwijzen naar de 20ste-eeuwse schilderkunst. In 2013 was ze te zien op Playground. Zo zijn we op het idee voor de ‘Vénus Parade’ gekomen.”
“We hebben ons laten inspireren door de paleolithische ‘venussen’ – kleine vrouwenbeeldjes uit de steentijd, tienduizenden jaren geleden. Ze zijn teruggevonden over heel Europa, van de Pyreneeën tot diep in Rusland. Ze hebben opvallend grote borsten en billen, en toch zijn ze stuk voor stuk anders en individueel. Die variatie sprak ons aan.”
Coco Petitpierre: “We wilden die venussen niet zomaar namaken, maar er een eigen interpretatie aan geven. De meeste originele beeldjes zijn klein – mensen droegen ze waarschijnlijk bij zich – en staan rechtop. Onze beelden zijn levensgroot, én ze zitten in een draagstoel. Na twintig-, dertigduizend jaar rechtstaan mogen ze eindelijk uitrusten (lacht). We zien het werk als een eerbetoon aan de vrouwelijkheid, de seksualiteit. Aan onze moeders ook.”
Yvan: “We hebben uiteindelijk zes paleolithische venussen geselecteerd – de bekendste is de Venus van Willendorf, een beeldje van 25.000 jaar oud dat is teruggevonden in een plaatsje in Oostenrijk. Van elke venus hebben we eerst een 3D-model gemaakt. Geen exacte kopie, maar een vereenvoudigde, geometrische interpretatie van het origineel. Die modellen zijn vervolgens nagebouwd in polystyreen. Wij hebben ze dan behandeld met een glanslak die ook in de auto-industrie gebruikt wordt.”
Coco: “Onze venussen hebben dus wel min of meer de vorm van de originele beeldjes, maar verder zien ze er helemaal anders uit: felle kleuren, gladde vormen en een uiterst precieze afwerking. Daarmee willen we duidelijk maken dat het autonome kunstwerken zijn, niet zomaar kopieën. En zo vallen ze ook op in een stedelijke omgeving, waar een heleboel indrukken en visuele impulsen om aandacht vechten.”

Enkele beelden uit ‘Vénus Parade’ © Clédat & Petitpierre
Boeten in Bretagne
Tot zover het maakproces. Maar ‘Vénus Parade’ is een performance: de beelden worden in processie door de straten gedragen.
Yvan: “Ja. Elk beeld zit op een draagstoel die door vier mannen of vrouwen door de straten wordt gedragen – we hebben de beelden bewust heel erg licht gemaakt. We hebben ons laten inspireren door ‘The Modern Procession’ van de Belgische kunstenaar Francis Alÿs. Tijdens een verbouwing van het MoMA in New York was een aantal werken tijdelijk verhuisd naar een depot. Toen de verbouwing afgerond was, heeft Alÿs reproducties van die werken in stoet naar het museum teruggebracht. De kunstenares Kiki Smith ging mee in een draagstoel. Een wonderlijk beeld, dat ons op het idee bracht om venussen op ware grootte te gaan maken. Het is kunst die door de openbare ruimte beweegt.”
Coco: “Met onze parade verwijzen we ook naar de zogeheten pardons bretons, boetprocessies uit Bretagne. Daarin worden heiligenbeelden door Bretoense dorpen en velden gedragen. Ze worden voorafgegaan door banieren met de naam van de heilige. Dat idee hebben we overgenomen, alleen staan op onze banieren de naam van het beeld, de vindplaats en de ouderdom – als een museumlabel op reuzenformaat.”
Yvan: “Die Bretoense boetprocessies worden muzikaal begeleid, en ook dat was een inspiratie. We hebben een dichter een liedtekst laten schrijven, en een componist bijpassende muziek. Die liedtekst is natuurlijk in het Frans, en dus hebben we hem speciaal voor de voorstelling in Leuven laten vertalen naar het Nederlands. Maar de vertaling heeft een heel andere ritmische structuur dan het origineel, en dus hebben we er meteen ook nieuwe muziek bij laten schrijven, in samenwerking met de mensen van Playground. Het zal ook voor ons een verrassing zijn hoe het straks gaat klinken. We willen onszelf niet met hem vergelijken, maar ’t is een beetje de aanpak van Merce Cunningham, de choreograaf. Die wilde zijn decors ook nooit op voorhand zien.”
Coco: “Voor de ‘Vénus Parade’ heb je een hoop mensen nodig: zes maal vier dragers, zes banierdragers, en dan nog eens zowat dertig zangers. Samen wel zestig man, en dat zijn allemaal vrijwilligers. De organisatoren van Playground rekruteren ze uit koren, uit conservatoria... Zelf zijn we er straks ook bij: we volgen de parade en geven aanwijzingen aan de deelnemers.”
Een stukje schoonheid
Hoe verwachten jullie dat het publiek zal reageren?
Coco: “We hebben de ‘Vénus Parade’ nog maar net afgewerkt – de voorstelling in Leuven zal pas de tweede zijn. Maar ‘La Parade Moderne’ hebben we al over heel de wereld gespeeld, en de reacties waren overal anders. In sommige landen lopen de toeschouwers met de stoet mee, in andere landen blijven ze aan de kant staan kijken... Je weet het nooit op voorhand.”
Yvan: “We willen natuurlijk dat er mensen komen kijken en dat ze het leuk vinden, maar we willen vooral een kunstwerk maken dat onszelf aanspreekt.”
“We zitten wel in met de deelnemers, want zo’n parade is toch altijd wat afzien – vooral de hele tijd lopen zingen is niet te onderschatten. Nu, bij ‘La Parade Moderne’ waren de deelnemers achteraf heel tevreden dat ze een bijdrage hadden kunnen leveren aan une belle chose, dat ze mee een stukje schoonheid hadden kunnen creëren.”
Playground zit op het snijpunt van beeldende en podiumkunsten. Klinkt als de ideale plek voor jullie.
“Dat is het ook. We zijn al op drie edities geweest, en we komen er iedere keer even graag. ’t Is een uniek festival. Iedereen heeft het tegenwoordig over interdisciplinariteit, maar bij Playground maken ze het waar. Bij ons in Frankrijk bestaat dit soort festival niet. De meeste musea en kunstinstellingen blijven hier op hun eigen eilandje. In Leuven heb je een theaterzaal – STUK – met een hart voor beeldende kunst, én een museum – M – dat openstaat voor podiumkunsten. We zullen onze venusbeelden straks zelfs in M kunnen exposeren, in de aanloop naar en tijdens het festival.”
Ja: wat er gebeurt er eigenlijk met de beelden als ‘Vénus Parade’ is afgelopen?
“Ah, maar onze projecten zijn nooit afgelopen. We blijven al onze spektakels en performances uitvoeren, ook die van tien, vijftien jaar geleden. Zo zal het ook gaan met de ‘Vénus Parade’. Ze zijn nog niet van ons af (lacht).”
Evelien Cammaert
Evelien Cammaert (°1986) combineert performance, installatie en fotografie – haar werk is dus helemaal op zijn plaats op een multidisciplinair festival als Playground. Ze brengt er ‘Glowachrome Garden’, een meditatieve performance waarvoor je echt de tijd moet nemen.
“Het vertrekpunt zijn dia’s die ik zelf genomen heb van plekken die me inspireerden: tuinen, landschappen, huizen ook. Telkens nam ik ruim de tijd om alles in me op te nemen. Ik lette ook op hoe alles veranderde: de kleuren, de geluiden, het licht, hoe ik daar zelf weer op reageerde... Af en toe maakte ik een dia, maar heel spaarzaam: in drie jaar tijd heb ik amper twee filmrolletjes opgebruikt. Aan het eind had ik enkele tientallen beelden, waaruit ik tijdens trage kijksessies in mijn atelier de definitieve selectie heb gemaakt.”
“Tijdens de performance van ‘Glowachrome Garden’ worden die dia’s geprojecteerd op schermen in een verduisterde ruimte. We schuiven met de schermen en je hoort ook een soundscape. Een dia is een momentopname, maar door die ingrepen voeg ik er een element van tijdsduur aan toe. Dan komen er interessante vragen naar boven. Hoe lang laat je een beeld zien? Hoe kan je een stilstaand beeld toch laten evolueren?”
Het tegendeel van transparant
Waarom ben je eigenlijk zo gefascineerd door dia’s?
“Misschien omdat ik ze associeer met mijn kinderjaren? Thuis keken we geregeld naar onze vakantiedia’s, zoals veel mensen vroeger. Ik vond het fascinerend hoe dat werkte: je laat licht door een glazen plaatje schijnen en wekt een herinnering tot leven. In die tijd waren dia’s heel modern – een snel en direct medium, letterlijk en figuurlijk transparant. In mijn werk neem ik afstand van dat directe. Bij mij zijn dia’s juist mysterieus en duister, het tegendeel van transparant dus. Fotografie is een poging om de tijd stil te zetten: dat is tot mislukken gedoemd, maar juist die mislukking boeit me.”
“Ik ben geïntrigeerd door wat tijd met ons doet. ’Glowachrome Garden’ vertrekt van mijn eigen dia’s, maar het is geen poging om te recreëren wat ik zag en voelde toen ik ze maakte – dat is onmogelijk. Door de beelden na en naast elkaar te tonen, ze te laten overlappen en te laten vervagen, wil ik de oorspronkelijke ervaring uit elkaar halen, ontrafelen als het ware, en een nieuwe ervaring creëren, die hooguit onrechtstreeks naar de eerste verwijst. Dat ongrijpbare, dat veranderlijke boeit me. Mijn werk is een poging om dat te onderzoeken.”

'Glowachrome Garden', Evelien Cammaert © Evelien Cammaert
Meditatieve ervaring
Je had het al even over de soundscape die de beelden begeleidt. Daarvoor heb je samengewerkt met Harpo ’t Hart, een Nederlandse geluidskunstenaar.
“Harpo heeft gewerkt met geluiden die verwijzen naar de natuur, alleen zijn ze synthetisch nagebootst. Ze gaan ook in dialoog met het geluid dat de projectoren maken. Als je wat langer in de ruimte bent, hoor je dat: ze klinken wat kunstmatig, wat machinaal. Je zou kunnen zeggen dat ze geen ervaring reconstrueren, maar een herinnering construeren – net zoals de beelden dat doen. De beelden en geluiden worden trouwens allebei live gemixt.”
“Er zijn drie performers: Joris Perdieus, Alice Van der Wielen-Honinckx en ikzelf. We zijn overigens niet alleen performers, maar ook een beetje toeschouwers. Soms wandelen we rond, of gaan we zitten om samen met het publiek naar het werk te kijken.”
“Joris heeft de scenografie ontwikkeld – de vormgeving van de schermen en hun schikking in de ruimte. Hij heeft de schermen en de projectoren zo neergezet dat er een zachte, open architectuur ontstaat, waarin de beelden als het ware kunnen ademen.”
Jullie schuiven ook met de projectieschermen. Met uiterst precieze, trage bewegingen – het lijkt wel een Japanse theeceremonie.
“Ja! Ik ben opgegroeid in een huis dat traditioneel Japans was ingericht. De Japanse cultuur benadert de dingen met veel aandacht en zorgvuldigheid, en dat heb ik als kind meegekregen. Die precisie is belangrijk in mijn werk. Ik heb ze nodig om een trage, intense kijkervaring te creëren. En het schuiven met schermen verwijst weer naar die constante veranderlijkheid van de wereld die ons omringt, en hoe we ons daar fysiek toe verhouden. ‘t Is bijna componeren.”
“Voor dat schuiven is er geen vooraf vastgelegde choreografie. De volgorde van de beelden heb ik samen met Alice wél precies vastgelegd, maar we kiezen ter plekke wanneer we ze tonen. Idem voor de soundscape – we hebben een databank van geluidsbestanden, maar we beslissen op het moment zelf wat we wanneer laten horen. Daardoor is elke performance anders dan de vorige.”
Kunnen de toeschouwers vrij in en uit lopen?
“Absoluut - de volledige performance duurt drie tot vier uur, da’s misschien toch een lange zit (lacht). Sommige mensen willen het helemaal meemaken, anderen vinden een halfuur lang genoeg. Maar je kan gerust even naar buiten gaan, de ervaring laten bezinken en daarna weer terugkomen.”
“Ik zal vooral blij zijn als mensen de tijd nemen om te kijken en te luisteren. We worden tegenwoordig overspoeld door snelle, drukke beelden die metéén onze aandacht vragen. ‘Glowachrome Garden’ wil een tegenwicht bieden. Als je de tijd neemt om de performance tot je te laten doordringen, je er echt op te concentreren, kan het geweldig rustgevend zijn. Dan wordt het haast een meditatieve ervaring.”
Première op playground
Het wordt de tweede keer dat je op Playground staat. Kijk je ernaar uit?
“Ja, heel erg. Ik weet dat mijn werk goed tot zijn recht komt op een multidisciplinair festival als Playground: in 2018 heb ik er samen met Joris Perdieus ‘Grammatica’ gebracht. Sindsdien ben ik altijd in gesprek gebleven met de organisatie.”
“Je moet weten dat ‘Glowachrome Garden’ eigenlijk al een paar jaar klaar is. In 2020 was ik M-resident – M heeft me toen een tijdlang een werkruimte gegeven in het Cas-co-gebouw, om mijn werk verder te ontwikkelen. Daar heb ik de laatste hand gelegd aan de performance. Het was de bedoeling dat we ze kort daarna zouden brengen op Playground, maar door corona werd het festival uitgesteld. In 2021 was ik hoogzwanger, dus toen lag het weer even stil. Ik ben heel blij dat we er nu eindelijk mee naar buiten kunnen komen. Later kunnen we het werk hopelijk ook op andere plekken tonen. Maar de première is voor Playground.”

‘La Parade Moderne’, Clédat & Petitpierre © Joeri Thiry
Aan Playground nemen de volgende kunstenaars deel
Ana Torfs, Clédat & Petitpierre, Darius Dolatyari-Dolatdoust, Eric Minh Cuong Castaing, Esther Kläs & Gustavo Gomes, Evelien Cammaert, Hedwig Houben, Johanna Billing, La Ribot, Peter Morrens en Ruta Butkute