M-resident Elise El Yousfi in gesprek met Lina Ejdaa

Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven
Elise El Yousfi in gesprek met Lina Ejdaa
Over Melancholie, Diaspora en Taal
In de loop van maanden en seizoenen ontmoetten Elise El Yousfi en ik elkaar herhaaldelijk: bij de koffie, in haar atelier, in boeken die we samen lazen. Ze liet me verschillende werelden zien, omdat zij zelf van verschillende werelden is. Terwijl onze gesprekken cirkelden rond woorden en poëzie, melancholie, rond het spreken van een taal zonder haar te spreken, en uiteindelijk altijd rond de gedichten van de Palestijnse auteur Mahmoud Darwish.

Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven
Hoe vertaal je een onmogelijk verhaal naar beeld, naar materiaal, naar vorm? De vraag naar taal en vertaling, haar geweld, haar intimiteit, haar politiek, loopt als een rode draad door het werk van El Yousfi. Door haar praktijk te situeren op het snijvlak van beeldhouwkunst en poëzie, neemt het schrijven een centrale plaats in binnen haar werk. Schrijven is voor haar zoals beeldhouwen of maken, een manier om te denken en te voelen wat onopgelost blijft, om, hoe precair ook, een positie in te nemen ten opzichte van haar eigen melancholie.
Melancholie is de toon van iemand die geraakt wordt door wat nooit benoemd kan worden, een gevoel dat zich verzet tegen articulatie en, in dat verzet, taal tot haar grenzen drijft. In El Yousfi's beeldtaal vertaalt melancholie zich naar diasporisch verdriet, een verdriet dat haar achterlaat met de vraag: ”wat betekent het om op te groeien wanneer het verleden blijft terugkeren?” Het verleden, zo overweegt ze, blijft naar boven komen en vormt het heden op manieren die onuitgesproken en onverteld blijven, aanwezig genoeg om gevoeld te worden maar nooit leesbaar genoeg om volledig gekend te zijn. Daar in de kloof tussen voelen en weten, blijft een verlangen naar haar afkomst bestaan.

Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven
Haar praktijk bestaat erin om te zijn waar je bent, terwijl je in relatie blijft tot waar je vandaan komt. De diasporische mens houdt in de ene hand de afstand vast, en in de andere de afkomst, en zij beslist, niet één keer en niet definitief, maar telkens opnieuw, wat ze naar voren brengt. Zoals El Yousfi het zelf verwoordt: “Het melancholische gevoel is niet iets wat moet worden verdreven, maar iets dat bewoond en behoed moet worden.”
Ze onderhandelt deze afwezigheid tot een aanwezigheid die zich langzaam laat lezen in haar werk. Werken over Marokko betekent voor haar het land meenemen en het benaderen als een co-creator. De natuurlijke materialen die ze verzamelt en meedraagt, sinaasappelbloesem en dadelpalm, worden verbrand tot as, en die as vormt de basis van de glazuur die haar keramische sculpturen bedekt. Zo keert het land niet louter terug als een beeld van verlies, maar als een substantie die letterlijk in het werk aanwezig blijft.
Als as het residu is van een herinnering, dan is babypoeder dat van een andere herinnering. Het keert terug in haar installaties als een materiaal dat een affectief register eigen aan de kindertijd doet herleven: zachtheid, het gevoel van gedragen te worden en onbevangenheid. De herinnering zit hier in de ervaring die het materiaal opwekt. Kant daarentegen draagt de herinnering in zich als sporen van gebruik en overdracht. Als verzamelaar van kant voelt El Yousfi zich ertoe aangetrokken door de intimiteit van het materiaal, die het bindt aan het lichaam, en de erfenis, die het bindt aan wie haar voorgingen. Zowel haar Franse als haar Marokkaanse grootmoeder verzamelden kant, elk met hun eigen patroon en taal. Samen stralen de twee materialen een verwante kwetsbaarheid en gevoeligheid uit, maar ze verschillen in hun tijdsoriëntatie. Babypoeder wijst naar een onherroepbare kindertijd, terwijl kant de sporen draagt van een doorleefde tijd, maar ook in de manier waarop ze herinnering vasthouden: het ene evocatief en associatief, het andere materieel en overgeërfd.

© Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven

© Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven

© Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven

© Kimberley Dhollander (Evenbeeld) voor M Leuven
“Spinnen maken ook kant”' merkt ze op, “wanneer ze hun webben spinnen.” En net als de spin verweeft ze texturen, ficties, fluisteringen, bronnen tot één taal. Een taal gevormd door haar verhouding tot het Darija (Marokkaans-Arabisch), dat voor haar enigszins ongrijpbaar blijft, maar daarom niet minder aanwezig. Zoals ze zelf zegt: "Er is een manier om een taal te spreken zonder haar te spreken.” Het bewonen van de sfeer van een taal is, met andere woorden, zich bewust zijn van de afwezigheid ervan. Het is vanuit deze positie, van het niet spreken van Darija, dat haar praktijk taal herkent als meer dan communicatie, en vertaling als meer dan transparantie. Een taal, een cultuur en een erfgoed kunnen ondoorzichtig, onvertaalbaar en gedeeltelijk ontoegankelijk blijven, zonder dat dit een beperking vormt. Voor El Yousfi wordt die opaciteit een vorm van soevereiniteit, een bron van creativiteit en een manier om haar eigen perspectief te vieren.
El Yousfi's artistieke methodologie en intuïtie plaatsen de behoefte aan transparantie en vertaalbaarheid tegenover een poëtische verwevenheid van beeldhouwkunst, materialen en woorden. Een weg naar een taal, een cultuur, een erfenis die de hare is en die zij nog altijd, voortdurend, aan het worden is. Haar praktijk, zo stelt ze, brengt haar een stap dichter bij de leefwereld van de Arabische taal en cultuur. Zo keert ze, aan het einde van ons gesprek, terug naar de woorden van Mahmoud Darwish: “Ik wilde de taal vieren en haar laten dansen, alsof ik werkte voor een festival van woorden, beelden en esthetiek, bevrijd van elke andere overweging. Ik wilde de demonen, duiven en vogels van het Arabisch bevrijden."
1 Mahmoud Darwish. ‘In the Presence of Absence’. Vertaald door Sinan Antoon (Archipelago Books: 2011).