'Scultori Fiamminghi': hoe Vlaamse beeldhouwers de Italiaanse stadspleinen veroverden

Giambologna, ‘Ruiterstandbeeld van Cosimo I de’ Medici’, 1587-1594, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven
'Scultori Fiamminghi': hoe Vlaamse beeldhouwers de Italiaanse stadspleinen veroverden
In de 16e eeuw trokken kunstenaars uit de Lage Landen massaal over de Alpen naar Italië. Daar gingen ze op zoek naar wat ze thuis alleen uit verhalen kenden: de kunst van de klassieke oudheid, de vernieuwende ideeën van de renaissance én, als het even kon, gegoede mecenassen die groot durfden te dromen.

Giambologna, ‘Ruiterstandbeeld van Cosimo I de’ Medici’, 1587-1594, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven
Tot die pioniers behoorden de scultori fiamminghi: Vlaamse beeldhouwers die in Italië een indrukwekkende carrière zouden uitbouwen. Hun monumentale beeldhouwwerken sieren vandaag nog altijd de pleinen, paleizen en tuinen in steden als Firenze en Bologna. Waar toeristen ijsjes eten en duiven koning zijn, vind je vier eeuwen later nog steeds de sporen van de scultori fiamminghi.
Een meesterwerk op de Piazza della Signoria
Wie over de Piazza della Signoria in Firenze wandelt, kan er moeilijk naast kijken. Onder de bogen van de Loggia dei Lanzi prijkt de ‘Roof van een Sabijnse maagd’, één van de parels van de renaissance. Het beeld, dat zelfs zonder sokkel meer dan vier meter hoog is, is een technisch huzarenstukje. De Vlaamse beeldhouwer Giambologna houwde de drie figuren uit één blok marmer, een prestatie die in de 16e eeuw nauwelijks voor mogelijk werd gehouden. De compositie volgt het principe van een figura serpentinata: een spiraalvorm die de toeschouwer uitnodigt om rond het beeld te wandelen en het vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken.
Toen het beeldhouwwerk in 1583 werd onthuld, reageerden de Florentijnen uitzonderlijk enthousiast. Dat was allesbehalve vanzelfsprekend. Firenze hield van kunst, maar was vaak meedogenloos voor kunstenaars. ‘Hercules en Cacus’ van Baccio Bandinelli was in 1534 smalend omschreven als een “zak vol meloenen”. Zelfs de grootste meesters ontsnapten niet aan het oordeel van de straat.
Beeldhouwwerken waren voor de Florentijnen natuurlijk meer dan decoratie; ze belichaamden een stad, vorst of ideaal. Michelangelo’s ‘David’ was daar het bekendste voorbeeld van. Nadat het beroemde beeld te zwaar bleek voor de kathedraal waarvoor het was gemaakt, gaf een commissie met onder anderen Leonardo da Vinci en Sandro Botticelli het een prominente plek voor het Palazzo Vecchio, in het politieke hart van de republiek. Daar groeide ‘David’ uit tot het symbool van de kracht en onafhankelijkheid van de Florentijnse republiek. Maar een politiek symbool wordt al snel een doelwit. Al in het jaar van de onthulling werd ‘David’ met stenen bekogeld, en tijdens een opstand tegen de Medici in 1527 brak de linkerarm in drie stukken. Het is dan ook meer dan indrukwekkend dat een Vlaamse beeldhouwer erin slaagde de kritische, wispelturige Florentijnen voor zich te winnen.

Giambologna, ‘Roof van een Sabijnse maagd’, 1583 Loggia dei Lanzi, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven

Kopie naar Michelangelo, ‘David’, 1910, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven
Van Jean de Boulogne naar Giambologna
Voor Giambologna dé Giambologna werd, was hij Jean de Boulogne. Een jonge beeldhouwer uit Douai, een stad in wat toen nog het graafschap Vlaanderen was. Hij leerde het vak in de Lage Landen, maar keerde na een studiereis naar Italië nooit meer terug. Hij werd meteen opgemerkt door de edelman Bernardo Vecchietti, die de jonge kunstenaar onder zijn vleugels en in huis nam. Hij bezorgde de Vlaming zijn eerste belangrijke opdrachten en introduceerde hem aan het hof van de Medici.
‘De roof van een Sabijnse maagd’ maakte Giambologna in één klap beroemd. Opmerkelijk genoeg maakte hij het beeld niet in opdracht en had hij oorspronkelijk zelfs geen onderwerp of titel voor ogen. Pas toen het beeld bijna voltooid was, suggereerde iemand dat het de roof van de Sabijnse maagden zou kunnen voorstellen. Giambologna maakte het werk uit eigen ambitie: als zoektocht naar de perfecte compositie en als demonstratie van zijn uitzonderlijke kunnen. Kunstliefhebbers uit heel Europa trokken naar Firenze om het meesterwerk met eigen ogen te zien, en jonge beeldhouwers stonden te drummen om bij Giambologna in de leer te gaan. En zo werd de Vlaming stilaan een Florentijn.
Kunst op kolossale schaal
Toch was ‘De roof van een Sabijnse maagd’ niet het enige prestigieuze project van Giambologna’s hand. Voor zijn beschermheer ontwierp hij in 1578 het Palazzo Vecchietti. Vandaag doet het gebouw dienst als luxehotel, maar het draagt nog altijd de handtekening van zijn maker. Op een hoek van het paleis prijkt een opvallende bronzen satyr die voorbijgangers in het oog lijkt te houden. Volgens een Florentijnse legende joeg de duivel hier ooit in de gedaante van een zwart paard door de straten tijdens een preek van Petrus van Verona. Giambologna gaf het verhaal een bronzen gelaat. Nog spectaculairder was zijn werk voor de Villa di Pratolino van groothertog Francesco I de Medici. Daar ontwierp hij de ‘Colosso dell'Appennino’: een reus van 12 meter hoog die uit een kunstmatige berg oprijst. De kolos wordt vaak geïnterpreteerd als een personificatie van de Apennijnen, al zien kunsthistorici er ook verwijzingen in naar de god Jupiter of de mythe van Atlas, de titaan die de hemel op zijn schouders draagt.
De reus maakte deel uit van een tuin waarin kunst en techniek voortdurend met elkaar speelden. Fonteinen, grotten en verborgen watersystemen verrasten bezoekers op onverwachte momenten met een straal water. Binnenin het beeld bevond zich een doolhof van kamers, verspreid over drie verdiepingen. Volgens tijdgenoten zat Francesco I de Medici soms in de kamer in het hoofd van de kolos te vissen, waarbij hij zijn hengel door een van de ogen liet zakken. 's Avonds, wanneer fakkels de kamers verlichtten, leken de ogen van de reus zachtjes op te gloeien.

Giambologna, Palazzo Vecchietti, 1578 Via degli Strozzi, 4, Firenze, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven

Giambologna, Palazzo Vecchietti, 1578 Via degli Strozzi, 4, Firenze, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven

Giambologna, ‘Kolos van de Apennijnen’,ca. 1580, Parco Mediceo di Pratolino, Vaglia, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven

Giambologna, ‘Kolos van de Apennijnen’,ca. 1580, Parco Mediceo di Pratolino, Vaglia, foto: Gilles Van Damme - Eyes—Screen voor M Leuven
Toch viel niet elk project Giambologna zomaar in de schoot. In 1559 schreef Cosimo I de Medici een wedstrijd uit voor een nieuwe Neptunusfontein in Firenze. Giambologna deed een gooi naar de opdracht, maar uiteindelijk trok Bartolomeo Ammannati aan het langste eind. Die schakelde verschillende kunstenaars in om hem bij te staan, onder wie Giambologna, die zich ontfermde over de bronzen satyrs op de hoeken van de fontein.
Toen het monument in 1574 werd onthuld, klonk er gegrinnik op de Piazza della Signoria. "Ammannato, Ammannato, quanto marmo hai sciupato!" spotten de Florentijnen. Vrij vertaald: "Ammannati, Ammannati, hoeveel marmer heb je verspild!"
Giambologna hoefde niet lang te wachten op een nieuwe kans. Enkele jaren later kreeg hij de opdracht om een Neptunusfontein te ontwerpen voor Bologna. De stad nam het project zo serieus dat er een volledig huizenblok werd afgebroken om plaats te maken. En daar staat Neptunus nog steeds, op het plein met dezelfde naam, het Piazza del Nettuno. Duiven landen op zijn schouder, toeristen fotograferen de bronzen buikspieren van de zeegod, en Bolognezen spreken nog altijd gewoon af “aan de fontein”. En misschien is dat wel de grootste verdienste van een beeldhouwer als Giambologna: zijn werk is tegelijk monumentale kunst én een vanzelfsprekend onderdeel van het stadsleven.

Bartolomeo Ammannati, ‘Neptunusfontein’, 1560-1574, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven

Bartolomeo Ammannati, ‘Neptunusfontein’, 1560-1574, Piazza della Signoria, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven

Kopie naar Giambologna, ‘Oceanusfontein’, Gallerie degli Uffizi – Giardino di Boboli, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven

Kopie naar Giambologna, ‘Oceanusfontein’, Gallerie degli Uffizi – Giardino di Boboli, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven

Kopie naar Giambologna, ‘Oceanusfontein’, Gallerie degli Uffizi – Giardino di Boboli, Firenze, foto: Gilles Van Damme – Eyes—Screen voor M Leuven
Een vergeten hoofdstuk
Giambologna was de bekendste, maar lang niet de enige Vlaamse beeldhouwer die in Italië furore maakte. De scultori fiamminghi verenigden de technische precisie van de Lage Landen met de verbeelding en de artistieke ambitie van de Italiaanse renaissance. Met de tentoonstelling ‘Scultori Fiamminghi’ plaatst M Leuven deze vaak vergeten kunstenaars opnieuw in het hart van het renaissanceverhaal.

Egidio della Riviera (toegeschreven aan), Drie slapende Putti © Galleria Borghese, foto: Luciano Romano