Valérie Mannaerts, Paul Robbrecht and Samuel Saelemakers in gesprek

Elisa Maenhout voor M Leuven

© Elisa Maenhout voor M Leuven

Over samenwerking en de dialoog tussen kunst en architectuur in de publieke ruimte

Valérie Mannaerts, Paul Robbrecht en Samuel Saelemakers in gesprek

Elisa Maenhout voor M Leuven

© Elisa Maenhout voor M Leuven

Samuel Saelemakers: “Dag Valérie en Paul, fijn dat we naar aanleiding van Valéries solotentoonstelling ‘Antennae’ in M Leuven kunnen samenkomen voor dit gesprek. Paul (Robbrecht en Daem architecten) en ik hebben allebei afzonderlijk met Valérie samengewerkt aan verschillende opdrachten in de publieke ruimte. Tijdens deze conversatie werpen we licht op die samenwerkingen. Paul, Valérie, hoe is jullie eerste samenwerking tot stand gekomen?”

 

Paul Robbrecht: “Onze eerste kennismaking was een gedwongen huwelijk (lacht). We werden gekoppeld als architectenstudio en kunstenaar voor een landschapsproject langs de N16 (2012–2013) en werkten kort daarna samen aan het Bozar Café Victor. Een deel van dat café moest afgeschermd kunnen worden, bijvoorbeeld voor koninklijk bezoek. Valérie ontwierp toen een handgeborduurd gordijn. Het is een fantastisch ding en erg de moeite waard om in detail te bekijken. Wij tekenden met ons bureau de architecturale ruimte uit, met doorzichten en spiegels, en haar oplossing sloot daar perfect bij aan.”

Valérie Mannaerts: “Naar aanleiding van ‘Pleasure in Making’ in Bozar, stelde ik voor het eerst een eigen team samen, waar zelfs mijn moeder deel van uitmaakte, wat geweldig was. Die productie markeerde ook het begin van een waardevolle en blijvende samenwerking met architect/textielontwerper Ester Goris. Opvallend aan jouw manier van werken, Paul, is dat je als architect zoveel ruimte laat voor de stem en visuele taal van de kunstenaar. Voor ‘Private Architecture (BeursBourse)’ werd de vloer van de centrale hal vanaf het begin benoemd als werkvlak. Zo kreeg ik als vrouw een prominente positie binnen het project en binnen het vormgeven van de publieke ruimte.”

 

Paul: “Het project (i.s.m. Popoff architectes en BEAU) had toch een vloer nodig. Zo’n functionele eis biedt ruimte voor invulling door een kunstenaar.”

 

Valérie: “De unieke uitdaging lag er voor mij net in om architectuur en kunst te verenigen in een kunstwerk dat ook een functioneel object is.” Conceptueel bracht het een historische dimensie mee: de vloeren in Romeinse villa’s zijn vroege voorbeelden van picturaliteit in architectuur. Die link tussen kunstgeschiedenis en architectuur, en de kans om een klassieke techniek zoals mozaïek toe te passen, prikkelden mij. Het bood een solide basis om keuzes te maken over ambacht, interpretatie en het creatieve proces.”

 

Samuel: “Valérie, onze eerste samenwerking begon in 2023 met de uitnodiging om een nieuw werk te maken voor de collectie Kunst in de Stad, de publieke kunstverzameling van Antwerpen. Toen heb jij ‘Private Architecture (joyfully wet)’ (2024) ontwikkeld voor het Bouckenborghpark in Merksem.”
 

Valérie: “Het was een prachtig verzoek om in zo’n omgeving, waarvan de symmetrie en vegetatie me sterk aanspraken, een toevoeging te maken. De bronzen sculptuur functioneert als een punt in het park en rijst als een organisch element op uit het voormalige waterbassin, waar vroeger een andere sculptuur stond – die plaats vroeg dus om een nieuwe invulling.”

 

Samuel: “Het voor de hand liggende maar fundamentele verschil tussen een kunstwerk vrijelijk gemaakt in het atelier en een kunstwerk gemaakt voor de publieke ruimte is dat het laatste vanuit een externe vraag ontstaat, niet vanuit een interne impuls. Hoe ervaar jij het verschil tussen die twee vertrekpunten?”

Elisa Maenhout voor M Leuven

© Elisa Maenhout voor M Leuven

Valérie: “Ik heb een persoonlijke beeldtaal ontwikkeld waarmee ik in het atelier kort op de bal risico’s kan nemen. Bij opdrachten activeer ik datzelfde vocabularium op een andere manier, door het te verweven met een aandachtig luisteren naar de gedeelde ruimte. Het navigeren van dat parcours vormt een boeiende oefening om te komen tot een geheel dat zowel verankerd is in mijn artistieke traject als een ruim associatieveld biedt voor het publiek.”

 

Samuel: “Speelt die anticipatie van het publiek een grote rol wanneer je nadenkt over site-responsief werk?”

 

Valérie: “Mijn verbeelding van het publiek omvat zowel het hedendaagse als het toekomstige publiek; beide zijn actieve sparringpartners. Ik stel mezelf de vraag: welk kunstwerk kan over vijftig jaar verbonden blijven met het publiek én de plek? In de openbare ruimte wordt tijd immers anders ervaren. Net daarom zijn tijd en publiek in elk aspect van mijn proces betrokken.”

Samuel: “Als we het over tijd en ruimte hebben, komen we terug bij architectuur. Paul, jij hebt al met heel wat kunstenaars samengewerkt aan verschillende architectuurprojecten. Welke rol neem jij met het bureau op tijdens zulke samenwerkingen?”

 

Paul: “Het ontwerpen van publieke ruimtes en gebouwen is een werkproces waarin de vraag rond kunst snel opduikt. Met Robbrecht en Daem kiezen we doorgaans zelf de kunstenaars met wie we werken. Kunst speelt binnen architectuur de noodzakelijke rol van de kritische aanwezigheid: een idee met betrekking tot de architect en kunstenaar tijdens het proces enerzijds en tot het publiek dat zich uiteindelijk in die ruimtes beweegt anderzijds. Die relatie tussen ruimte, kunst en mens culmineert in de vraag: wat gebeurt hier? Valéries werk in de Beurs doet me denken aan de muziek van Mozart, die elegant is met een gelaagdheid en diepte die toch kan schuren. Ik ben voorzichtig met termen als Gesamtkunstwerk, voor mij draait het vooral om dialoog.”

 

Samuel: “Ik vermijd het woord ‘kunstintegratie’ om diezelfde reden, het draagt ook een wrange politieke bijklank. Kunst hoeft zich niet te integreren, ze moet vooral zichzelf kunnen zijn, ook in de context van een publieke opdracht. Die spanning hebben we alle drie al ervaren in onze praktijken. Hoe benaderen jullie het bieden van een antwoord op een specifieke plek?”
 

Valérie: “Voor het Beursproject voelde ik als Brusselaar een grote verantwoordelijkheid, de trappen van de Beurs waren zo belangrijk tijdens mijn jeugd. Wat mij geholpen heeft, was het uitschrijven van het lastenboek met Françoise Lombaers – een bijzondere ambachtsvrouw die me geleerd heeft over mozaïek en granito. Voor een openbare aanbesteding moet alles technisch gedetailleerd vastgelegd worden. Dit document werd mijn houvast voor overleg met aannemers en ambachtslieden. Doordat het zo specifiek was, konden alleen gespecialiseerde vakmensen zich inschrijven, geen cowboys. Een kunstwerk in de openbare ruimte ontstaat in dialoog met veel partners, die samenwerking bepaalt uiteindelijk of het werk slaagt of niet.”

Elisa Maenhout voor M Leuven

© Elisa Maenhout voor M Leuven

Samuel: “Schaal, materiaal en technische aspecten zijn bij publieke kunstopdrachten heel anders en bepalend. Ik denk aan jouw werk in Merksem, waar je met brons hebt gewerkt. Het werk moet zich, zoals Paul zegt, verhouden tot een geheel, maar als kunstenaar moet je ook je vrijheid bewaren. Zijn het materiaal en de schaal – zoals brons in Antwerpen of marmer en granito in de Beurs – manieren om daarmee te spelen, of net uitdagingen?”

 

Samuel: “Voor Kunst in de Stad spreken we over een tijdshorizon ‘voor de komende generaties’; de eeuwigheid durven we met kunstwerken niet expliciet te claimen (lacht). Maar ons engagement voelt wel voor eeuwig aan. Hoe is het voor jullie om zo een (kunst)werk af te geven, los te laten?” Kunst maken is vaak een persoonlijk proces. Zelf vind ik het telkens vreemd om een werk in te huldigen op een plein, in een park of in een straat. Het laatste glas wordt gedronken, de ceremonie is voorbij… en dan ga je naar huis terwijl het kunstwerk achterblijft.”

Paul: “Opvallend is het proces waarin het publiek meegroeit met het werk. Gebouwen zoals de Stadshal in Gent (i.s.m. Marie-José Van Hee architecten) en het Rubensplein in Knokke, met de sculpturen van Franz West, werden tijdens de bouw zwaar gecontesteerd, maar zijn inmiddels omarmd als sociale plekken. Angst voor het nieuwe in de stad hoort erbij, maar vaak wordt het uiteindelijk geaccepteerd. Goede kunst begint persoonlijk, maar krijgt doorheen het proces een publiekelijk leven en wordt op een bepaald niveau gemeengoed.”

 

Samuel: “Ik zou zelfs durven zeggen dat hoe minder een kunstwerk gericht is op onmiddellijke publieke waardering, hoe groter die waardering kan worden op lange termijn. Bij te sterk geïntegreerde kunst bestaat het risico dat ze niet meer als kunst wordt gelezen, en dus ook niet meer als zodanig wordt gewaardeerd.”

 

Valérie: “Ik probeer altijd alles te geven aan een werk, zodat het sterk genoeg is om zelfstandig te functioneren. Dat hoort bij de verantwoordelijkheid van de kunstenaar. Zodra het werk krachtig genoeg is, kan het een gesprek aangaan met de omgeving. Het is een wederkerig vertrouwen tussen mij, het werk en de plek waar het leeft.”
 

Samuel: “Dat is een mooie noot om mee af te sluiten. Een sterk werk wordt als een jongvolwassene de wereld in gestuurd om zijn eigen weg te vinden – en redt het meestal wel. Dat zien we ook bij collectiestukken in Antwerpen: geef het tijd, laat het kunstwerk en het publiek elkaar leren kennen. Daar is vertrouwen voor nodig, maar ook een grondig doorlopen proces, zodat het werk uiteindelijk zelf kan beginnen te spreken.”
 

Opgetekend door Febe Lamiroy

Elisa Maenhout voor M Leuven

© Elisa Maenhout voor M Leuven